Boelhouwer en Cornelia van Beveren. Veertig jaar getrouwd. Mooi is de glimlach op het gezicht van Cornelia

Operatie Seelöwe

Tijdens de inval van de Duitsers in 1940 lag Boelhouwer met de Cornelia in Zeeland. Ze werden door het Duitse leger tot in België teruggedreven.
Bij de capitulatie lag het schip in Gent. Alle bruggen waren opgeblazen om de Duitse opmars te verhinderen. Boelhouwer kon een tijd niet meer weg uit Gent. In het ruim van de lege Cornelia werden kerkdiensten georganiseerd voor de schippers die daar lagen. Voorganger was Ds. Ganzevoort te Gent. Nederland en België waren bezet, dat was de nieuwe realiteit. Maar Boelhouwer zei: de troon der genade kunnen ze niet bezetten: gebeden hebben de vrije toegang tot Gods troon. Het waren angstige dagen, maar ze kwamen erdoor. Zonder schade aan leven of schip.
En dat was uitzonderlijk want er werden veel schepen door de Duitsers gevorderd.

Op 20 juli 1940 vaardigde de Kriegsmarine een verordening uit dat in Duitsland, Nederland en België 3000 schepen gevorderd moesten worden.
Binnen enkele weken werden 700-800 schippers met hun gezinnen van hun schepen gezet. Daarna werden de schepen naar diverse werven gebracht.
Daar werd het voorschip eraf gebrand en werd er een klep ingezet; gekopt heette dat. In het ruim werd beton gestort zodat rollend materieel in- en uitgeladen kon worden. Het plan was dat er een schijnaanval zou komen op de oostkust van Engeland, terwijl een grote invasie zou plaatsvinden op de zuidkust. Daar waren veel schepen voor nodig. Er werden reeds oefeningen gehouden maar die bleken geen succes. De Duitse soldaten zongen tijdens het marcheren: Und wir fahren gegen Engeland, waarna brutale kinderen erachteraan zongen: plons, plons, plons. Om het plan te laten slagen was het nodig dat de RAF eerst uitgeschakeld of sterk verzwakt zou worden.
De invasieplannen ( operatie Seelöwe) werden in 1941 door Hitler voor onbepaalde tijd opgeschort, omdat hij zich wilde concentreren op de verovering van Rusland. Maar de schippers van de gevorderde schepen waren van de ene op de andere dag dakloos en zonder inkomsten. Het meest werden grotere schepen, zoals spitsen ( ca. 340 ton) en kempenaars (ca. 600 ton) gevorderd.
Het is Boelhouwer bespaard gebleven.

Ex-schipper

Er was vracht genoeg tijdens de eerste jaren van de oorlog. De binnenvaart was nogal onoverzichtelijk georganiseerd. Dat was toen een voordeel, want de Duitsers hadden er eerst weinig greep op. Bovendien was de binnenvaart de belangrijkste vervoerder van brandstof en levensmiddelen.
Maar in 1941 werd de gasolie schaarser en de risico’s om te varen werden steeds groter. Vanaf 1941 begonnen de beschietingen door Engelse jachtvliegtuigen intensiever te worden. Op open water was een schip een makkelijke prooi. Er werden steeds meer schippers verplicht om bepaalde transporten uit te voeren of schepen werden domweg gevorderd.
Na aandrang van de kinderen besloten Boelhouwer en Cornelia aan land te gaan. Voor Boelhouwer betekende dat het einde van zijn werk als schipper.

De evacuatie uit Bruinisse

Boelhouwer en Cornelia gingen op zoek naar een huis in Brouwershaven.
Het huis in de Nieuwstraat werd bewoond door familie. En er was geen ander huis beschikbaar. Op een of andere manier zijn ze terecht gekomen in Bruinisse, daar woonde een zwager van Boelhouwer en nog verschillende andere familieleden. Ze gingen op 16 augustus 1940 wonen aan de dorpsweg B360. Op een schip is weinig los meubilair aanwezig, ze zullen dus het een en ander aangeschaft hebben, om hun huis in te richten.
Er is geen foto van het huis, wel een van Lena en Jacob in de tuin. Wie in het bezit was van een fototoestel weet ik niet.

Lena en Jacob in de tuin in Bruinisse
Diploma schipper binnenvaart
Simon haalde in Bruinisse in mei 1943 zijn diploma voor kapitein b/d binnenvaart. Samen met Piet ging Simon met de Cornelia varen voor de zogenaamde voedselvoorziening.

Ik denk dat deze foto uit de oorlogstijd is, de kwaliteit van het papier is slecht en zo te zien zijn het de magere jaren.
Het valt me op dat ze het toch belangrijk vonden om op bepaalde tijden een portret te laten maken.

De oorlog ging niet ongemerkt voorbij aan Bruinisse. De Duitsers bewaakten in 1943 het Scheldegebied zorgvuldig omdat ze er een landing van de Engelsen vreesden. De Engelsen vielen het Zijpe steeds aan omdat zich daar Duitse wachtposten bevonden. Bruinisse lag in de frontlinie en werd heftig beschoten. De Duitsers gaven bevel tot evacuatie van de bevolking, want Schouwen-Duiveland werd onder water gezet. Op 12 februari 1944 werd Bruinisse geïnundeerd. Tot overmaat van ramp werd het op 5 januari 1945 getroffen door een bombardement. Het dorp lag voor tweederde in puin. Vele huizen zijn niet meer herbouwd. Ook het huis aan de dorpsweg bestaat niet meer; het is in januari 1945 gebombardeerd. Door de evacuatie is het leven van Boelhouwer en Cornelia gespaard gebleven. Maar na ruim drie jaar aan de wal gewoond te hebben moesten ze dus weer weg. Weer op weg naar het onbekende. Simon en Piet kwamen met het schip naar Bruinisse om hun vader en moeder en hun spullen op te halen.
Ze hadden van een andere schipper gehoord dat er in Alblasserdam een mogelijkheid was om onderdak te vinden. Ze kregen het adres van familie Lels.

Alblasserdam; goede vrienden in een kwade tijd

De familie B.J.M. Lels bewoonde een groot huis aan de Cortgene 123 en ze waren bang dat het huis gevorderd zou worden door de Duitsers. Om deze vordering te voorkomen wilden ze evacués in hun huis opnemen.

Fam. Lels woonde in het huis rechts van het midden

Boelhouwer en Cornelia werden door de familie Lels zeer gastvrij in hun huis ontvangen. Bij hen vierden Boelhouwer en Cornelia op 15 juni 1944 hun 40-jarige huwelijk. Alle kinderen waren er. Het was Jaap gelukt om uit Delfzijl naar Alblasserdam te komen. Enkele familieleden uit de buurt van Rotterdam waren aanwezig, maar de meeste familie en bekenden uit Zeeland konden Alblasserdam vanwege de oorlogsomstandigheden niet bereiken. Van de familie van Cornelia was niemand aanwezig. Vijf jaar later bezocht de fam. Lels Boelhouwer en Cornelia i.v.m. hun 45-jarige huwelijk en voorin het boek dat ze gaven schreven ze: aan goede vrienden uit een kwade tijd. (Op 20 juni 1944 werden ze uitgeschreven uit de bevolkingsadministratie van Bruinisse i.v.m. hun vertrek naar Alblasserdam.)
De volgende foto’s werden door een fotograaf (Van Veen?) genomen in de tuin achter Cortgene 123.

Boelhouwer en Cornelia met Jaap, Willem, Lena, Piet en Simon
Zittend vlnr Jan Otte, Pieternella Otte-van Beveren, Boelhouwer van Beveren, Cornelia van Beveren, Aagje Gelijnse, Jacoba getrouwd met Dingeman v.d. Berge, C.Kiezeling. Staand vlnr B.J.M.(Barend) Lels, zijn dochter Jenneke, Mevr Lels-Vroege, Lena van Beveren, Willem van Beveren, Piet van Beveren, Simon van Beveren (mijn vader), Bas Pot (huisvriend van Lels), Jacob van Beveren.

De oorlog duurde voort en de voedselschaarste nam toe. Op 17 september 1944 was er een algemene spoorwegstaking. Als straf verbood de bezetter dat er voedsel en brandstof via de binnenvaart zou worden vervoerd. Dit zou tot 8 november 1944 duren. In die tijd deed West Nederland het met zijn kleine reserves. Na de opheffing van het vervoerverbod trad er geen verbetering op. De schippers waren bang dat hun schepen in beslag werden genomen en daarom bleven ze thuis. Piet en Simon hoefden niet onder te duiken omdat ze een vergunning hadden voor de voedselvoorziening. Maar het werd te gevaarlijk. De geallieerden schoten ook op schepen. De Duitsers hadden namelijk luchtdoelgeschut op schepen geplaatst. De Cornelia voer niet meer, maar het was de vraag of het zou lukken om het schip uit de handen van de Duitsers te houden.

Oost-Kinderdijk 209; In gesprek met een buurmeisje

Wat de familie Lels gevreesd had gebeurde toch. Het huis werd alsnog gevorderd; evacués of geen evacués. In het najaar van 1944 kwam de fam. Van Beveren te wonen aan de Oost-Kinderdijk 209, vertelde Sita Timmermans. Zij woonde toen in het huis ernaast. We (Boelhouwer en Maarten) hadden een gesprek met haar in Rotterdam in 2008. We hadden op nummer 211 aangebeld bij mevr Timmermans, haar schoonzus. Die bracht ons in contact met Sita waar we hartelijk ontvangen werden.

In het huis rechts op de foto vond de fam. Van Beveren onderdak. Op de foto fam. Timmermans

Het huis was eigendom geweest van Jan de Wit, deze was gestorven en ook zijn vrouw was in de oorlog overleden. Door de gemeente werd het huis toegewezen. In de benedenwoning woonde Gerard Stout. Boven woonden twee schippersfamilies; Van Beveren en Vermeulen. Fam Vermeulen kwam uit Middelburg en was eigenaar van een spits. Ze hadden 2 kinderen Miep en Joop. Fam Vermeulen had de zijkamer, fam Van Beveren de grote kamer aan de voorkant, ze gebruikten gezamenlijk de keuken en de jongens van beide families sliepen boven.

Het huis nu, met een uitbreiding naar achteren en gevel is opgetrokken naar de eerste verdieping

De buren hadden over en weer niet veel contact. Ieder was bezig om zelf te overleven. En wat je niet wist kon je niet verraden. En er waren heel wat geheimen. Zo wisten ze niet dat er even verderop in de pastorie bij ds.Wielenga echt honger werd geleden, en ook daar zaten jongens ondergedoken. Men ontmoetten elkaar wel bij de kerk maar ieder leek zichzelf af te schermen. Bij fam. Timmermans zaten onderduikers. Het verbouwde achterhuis zat onoverzichtelijk in elkaar en er was via de zolder een verborgen toegang tot het achterhuis. Het is zelfs voorgekomen dat er onderduikers waren en een ingekwartierde Duitse soldaat!

Het was een hele kunst om ook de monden van de onderduikers te vullen.
De NSB burgemeester zorgde dat het voedsel voor de burgerij, bij de Duitsers terecht kwam. Er was geen brandstof. Ook geen hout. Wel hadden de Duitsers bomen gebruikt om het weiland achter de Kinderdijk te versperren tegen eventuele landing van Engelse vliegtuigen. ’s Nachts zijn buurman Heuving en een van de jongens van Van Beveren het verboden gebied ingegaan om daar een boom vandaan te halen. Dit hout werd verdeeld zo kon het kacheltje weer even branden. Wel kregen ze bij Timmermans petroleum van buurman Van Beveren om een klein lampje te laten branden dat een van de jongens gemaakt had m.b.v. een ventiel. Het lampje is door Sita gegeven aan het museum het Schielandshuis te Rotterdam. Er was verder geen stroom en slechts 1 uur water per dag.

De familie Van Beveren was wat teruggetrokken. Opa was erg mager en Lena was stil en leek ongezond, alsof ze ziek of bijna ziek was. De jongens kwamen ’s avonds wel eens een praatje maken maar niet veel. Zo wist Sita eigenlijk niet zoveel van het reilen en zeilen van haar buren. Ze had plezier in de herinnering aan oud en nieuw 1945. Er logeerde bij hen een meisje uit Rotterdam met wat stadse flair. Ze gaf bij het nieuwjaarswensen de jongens Van Beveren allemaal een zoen, die stonden perplex want dat waren ze helemaal niet gewend.

De voedselsituatie werd steeds nijpender. Sita ging naar Lekkerkerk om een liter melk te halen bij een familielid die boer was. Ook de boeren hadden weinig meer. Naar Zwijndrecht ging ze om wat groenten te bemachtigen bij een bevriende tuinder. En er was dan altijd het risico dat de Duitsers bij de pont stonden en alles afpakten. Bij een razzia op de Dam in Alblasserdam kon ze net met haar fiets ontsnappen. Deze stalde ze bij een boer en ging lopend verder. Tijdens de hongertochten in de winter van 1944 vielen er mensen dood neer langs de kant van de weg. Ze heeft dat meermalen gezien en kreeg er nog kippenvel van. De fam. Van Beveren heeft tot 1947 aan de Oost Kinderdijk gewoond. Er waren niet heel veel contacten over en weer gebleven.

De vorderingen van een roversbende

Het schip Cornelia lag in een kreek verborgen. Toch moesten ze meemaken dat de Duitsers het schip ontdekten en vorderden. Er lagen in de kreek bij Ridderkerk recht tegenover hun huis nog meer schepen die gevorderd waren.
Maar de schepen konden daar niet weggehaald worden. Dwars in de monding van de kreek had “men” een baggermolen afgezonken. Simon en Piet hadden zoveel als mogelijk was van het schip afgehaald. Met de pont van Vos kon je daarheen overvaren.

Toen Piet weer eens ging kijken hoe de Cornelia erbij lag, kwam er een wacht met een getrokken pistool op hem af. Hij wilde weten wat Piet daar te zoeken had.
Piet hield zich op de vlakte en gaf een ontwijkend antwoord: nou ja, ik keek zomaar wat.
Hij kreeg een klap in zijn gezicht en moest mee. Gaandeweg begon de Duitser in te zien dat het moeilijk uit te leggen was aan zijn meerderen waarom hij deze man gearresteerd had. Hij gaf Piet zijn Ausweis terug en liet hem lopen. Zijn dikke oog zorgde ervoor dat hij het voorval thuis niet kon verzwijgen. Uiteindelijk zijn de schepen toch weggehaald. De Duitsers deden een poging om met sleepboten het baggerschip weg te krijgen. De poging mislukte. Maar een mislukkeling van een NSB-er stond erbij te kijken. De gluiperd gaf toen het briljante advies om eerst de volgelopen tanks van het baggerschip leeg te pompen. Boelhouwer moest toezien dat zijn schip “Cornelia” werd afgevoerd. Hij had jaren hard voor dit schip gewerkt. Het was bovendien zijn opgebouwde pensioen. Wat zou hij gevoeld hebben en wat zou hij gezegd hebben?

Piet vertelde dat hij er met een maat op uit ging om voedsel te zoeken.
Hij had een fiets met een “cussionband” en een luchtband. Maar deze luxe was niet onbetwist. Ze werden aangehouden door een Duitser die zag dat er nog een luchtband op z’n fiets zat. De Duitser besloot de fiets te vorderen.
Piet en zijn maat wisten de Duitser ervan te overtuigen dat dit onmogelijk was omdat ze eerst aan eten moesten komen. Dit staaltje overtuigingskracht werd beloond. De Duitser ging akkoord; eerst eten halen en dan de fiets inleveren. Als onderpand moesten ze hun Ausweis inleveren. Maar bij hun terugkomst zeiden ze tegen elkaar: laat die Duitser lekker die Ausweis houden want de oorlog is toch zo afgelopen.

Modder is gevaarlijk

Simon en Piet maakten zich verdienstelijk met allerlei klusjes.
Bijvoorbeeld Piet spitte de tuin van buurman Timmermans om.
Maar wat heeft zo’n schipper nou verstand van tuinieren? Per ongeluk had hij de geplante bloemen er gedeeltelijk weer uitgetrokken.

Simon besloot te proberen naar het bevrijde Zuiden te gaan om zich te melden bij de binnenlandse strijdkrachten. Het geallieerde offensief liep vast bij de grote rivieren. Door de bevrijding van Brabant in november 1944 werd de Biesbosch frontgebied. Westelijk Nederland stond voor de hongerwinter. In de Biesbosch was de verzetsgroep ‘Álbrecht’ actief.
Via de Biesbosch werd informatie overgebracht naar bezet gebied.
Gestrande Geallieerde piloten werden via geheime overtochten naar bevrijd Nederland gebracht. Instructies of goederen m.n. medicijnen werden mee terug genomen. Eind februari is er in het westen een tekort aan insuline. Dankzij de crossings zijn er tienduizenden suikerpatiënten gered.
Er waren 2 routes, bij Sliedrecht en bij Werkendam. Een crossing was tussen de 13 en 18 kilometer lang en als alles meezat duurde het ongeveer 3 uur. Als er bij het eindpunt Duitse wachtposten stonden was de tocht vergeefs en moest men terug. Alle tochten werden in de duisternis uitgevoerd. Als de maan scheen ging men niet weg. Met roeiboten werden personen vervoerd, goederen werden vooral vervoerd met Canadese kano’s omdat ze minder lawaai maakten. De Albrechtsgroep heeft ongeveer 375 crossings uitgevoerd.
Simon heeft er weinig van verteld, wel dat hij em erg kneep omdat er baby’s bij waren en er een kind begon te huilen. Hij was blij dat hij bij de Amer bevrijd gebied bereikte. Hij meldde zich bij het bevel van de B.S. in Tilburg. Hij kwam in het refugekamp en werd ondergebracht in een loods van de fabriek van AaBe dekens. Hij moest daar enkele weken blijven op proef, want er konden ook verraders bij de crossers zitten. Hij vertelde dat hij zich steeds afvroeg; wie vertel je wat?
Het pakje sigaretten dat hij daar kreeg heeft hij altijd bewaard.

Op zijn persoonsbewijs staat als adres: 17 april ’45 EV R18. Ik weet niet wat dit betekent. Van 15 mei tot 12 augustus 1945 was Simon bij de Bewakingstroepen, compagnie Schouwen en Duiveland 1e peleton te Haamstede.

Hierboven een foto van een tasje dat hoorde bij zijn uniform
Haamstede 1945
Op de bovenstaande verklaring staat dat Simon verbleef in Rilland Bath

In Haamstede hield Simon zich bezig met de bewaking van de gecapituleerde troepen en gearresteerde Nederlanders. Verder werden er door de B.S. bunkers opgeruimd. Daar woonde Jacob van Beveren zijn oom. Deze was daar hoofdcommies. Hij vroeg Simon om bij de douane te komen. Maar omdat Simon een bril droeg kon dat niet doorgaan. Op het persoonsbewijs van Simon stond als verblijfplaats op 22 augustus 1945 CBR.
Pas op 29 mei 1947 stond hij weer ingeschreven in Alblasserdam.

Waarschijnlijk heeft hij de bevrijding in Alblasserdam niet meegemaakt.
De bevrijding was in Kinderdijk niet direct een feest. De Duitsers gingen gewoon door met het intimideren van de bevolking. Ze rukten de uitgestoken vlaggen weg. Er moest een peloton soldaten uit Dordrecht komen om de Duitsers af te voeren. Na de capitulatie werd de NSB-er Verburg van zijn fiets afgeschoten uit haat of vergelding.

Geen pauze tijdens de strijd

De oorlog heeft in het leven van Boelhouwer en Cornelia grote veranderingen gebracht. Ze woonden niet meer in Zeeland, Boelhouwer was geen schipper meer en het schip was verdwenen. Maar ze hadden het er als gezin levend afgebracht. Boelhouwers zus Jo (Johanna Theodora) overleefde ternauwernood een bombardement op Vlissingen.
In de directe familie is alleen Bas van Beveren, de zoon van Boelhouwers broer Jacob omgekomen.

In een herdenkingsboek van Trouw staat een stukje over hem

Ingrijpend was ook de zogenaamde Vrijmaking van 1944.
In Alblasserdam werd op 25 februari 1945 in het gebouw ‘Utile Dulci’, vlak naast de Gereformeerde Kerk aan de Oost-Kinderdijk een kerkdienst belegd door bezwaarden.

Kinderdijk geref. kerk
Utile Dulci

Lang hoefden Boelhouwer en Cornelia niet na te denken. In maart 1945 hebben Boelhouwer en Cornelia zich vrijgemaakt van de omstreden synodebesluiten van de Gereformeerde kerken. Op onbegrijpelijke wijze werden deze besluiten er in oorlogstijd doorgedrukt.
Ondanks de oorlog werd er intensief meegeleefd met wat zich rond de synode afspeelde. Daarmee voegde Boelhouwer zich bij een kleine groep christenen, die aangeduid werden als “vrijgemaakten”. In zijn familie was Boelhouwer de enige die deze stap nam. Van Cornelia’s familie in Brouwershaven werd alleen Cornelis van Wouwe vrijgemaakt (een broer of neef?). Van Boelhouwer’s kinderen heeft alleen Jacob zich niet aangesloten bij de gereformeerde kerk vrijgemaakt. Jacob heeft lang geaarzeld voor hij op 13-5-1956 geloofsbelijdenis aflegde in de Gereformeerde kerk te Harlingen.

Simon was geen kerklid in Alblasserdam. Blijkbaar was hij nog (of weer) ingeschreven in Brouwershaven. Hij had een brief gestuurd aan de kerkenraad van Brouwershaven. Er is een kladversie bewaard. Het viel me op dat de toon van de brief niet polariserend was. Simon schrijft vanuit zijn eigen geweten en wijst de dwang van de toenmalige kerkleiding af.

Slot van de brief van Simon aan de kerkenraad


Weleerwaarde Heeren,

Deze dient om u te doen weten, dat ondergetekende zich in zijn geweten gebonden gevoelt zich vrij te maken van de Geref. Kerk.

Hij meent dat hij niet anders mag.
Eenerzijds ziet hij de geschillen die in de Geref. Kerk gerezen zijn niet zo groot, dat ze noodzakelijk tot scheiding moesten leiden, mits deze niet op de spits gedreven werden.
Hij hoopte op hereniging, en is nog steeds bereid naast iemand in de Geref. Kerk te gaan zitten om Gods Woord te horen, die meent zijn kinderen voor wedergeboren en in Christus geheiligd te moeten houden. Maar dan zo, dat van de kansel verkondigd mag worden de meening dergenen die dit niet onderschrijven, en dat hij zelf dit ook vrij gelooven mag.

Anderzijds is het zo dat de verbondsbeschouwing die de synode voorgesteld heeft als alleen gereformeerd, voor hem te kort doet aan wat hij in uw Kerk beleden heeft als de waarachtige en volkomen leer der zaligheid. Hij ziet deze niet zonder bezorgdheid doorbreken in de Geref.Kerk.

Hij zou nog steeds in de Geref. Kerk blijven als hij volgens de synode zich niet conformeren moest aan haar besluiten, want dat is de consequentie, en hierom geen ambtsdragers en eerwaarde broeders geschorst waren.

Hij meent als deze dingen zo hoog moeten staan er heel weinig gemeenschap in Christus geoefend kan worden met andere Kerkengroepen, met name de Chr. Gereformeerden.
Hij ziet in dat alles een van de vele bewijzen dat we leven in een bedeling waarin is een kennen ten deele.

Wat voor hem niet weg neemt te staan naar waarheid voor Gods Aangezicht.
Hij deelt ten volle de verbondsbeschouwing in gemeenschap met zijn ouders die is uitgedrukt in de verklaring van gevoelen zoals die ter synode is gebracht.
Hij deelt deze met menschen die grijs geworden zijn in de Gerf. Kerk, hij ziet deze dus vast niet als nieuw en meende dat, toen hij belijdenis deed ondanks de synode uitspraken deze beschouwing als Geref. zou worden erkend.

Hij treedt toe tot de vrijgemaakte kerk in de overtuiging dat deze niet is de volmaakte, maar wel in haar verbondsbeschouwing de meer zuivere.

Ontvang bij het scheiden de br. groeten in Christus van

S. v. Beveren
p/a Oost-Kinderdijk 209
Alblasserdam