Willem van Beveren en Jacoba Hartog

De zeebenen kwamen in de familie Van Beveren door Willem van Beveren, 
geboren te Noordgouwe op 20-11-1793. (Dus de overgrootvader van Boelhouwer van Beveren die het schip de Cornelia liet bouwen.) 

Het doopboek te Noordgouwe

Boven de rechterkolom staat in sierlijke letters: DoopHeffers. Dit is de kolom voor de doopgetuigen alias peter en meter; in roomse doopboeken lees je dan het Latijnse ‘susceptores’.

Willem was op 25-jarige leeftijd te Herkingen gehuwd op donderdag 27 mei 1819 met de 15-jarige! Jacoba Hartog, geboren op maandag 19-09-1803 te Herkingen. Hij was varensgezel (volgens de overlijdensacte). Willem was werkzaam op het veer van Herkingen. Een veerschipper had in die tijd een karig inkomen. 

In de Zierikzeesche Courant van 31-01-1845 staat een bericht over Willem: 

Willem van Beveren over boord geslagen!
Op ’t nippertje gered

Hij overleed op 6 september 1847 te Brouwershaven. 

De successiememorie (overzicht nalatenschap) vermeldde het volgende: 
Certificaat afgegeven door burgemeester van Brouwershaven,
welke verklaart dat den hierboven vermelde persoon gene roerende goederen heeft nagelaten.
En is overleden in armoedige omstandigheden waardoor de boedel benevens de erfgenamen,
buiten staat zijn de boete en de kosten,
bij de wet op de successie bepaald mitsgaders eenige zegelrechten
verschuldigd op eene memorie van aangifte te kunnen voldoen. 
Woonde c99-c38-a41-a43-a45 Brouwershaven.
Kwam 1 mei 1826 in Brouwershaven (oud 32 jaar).

Het zou kunnen zijn dat de klap met de giek hem uiteindelijk de das heeft omgedaan. Wellicht was hij niet in staat om zijn oude werk te doen en had hij geen vast inkomen meer.

Met zijn baas Jan van de Meule is het niet zo goed afgelopen.  Nadat in 1843 zijn eerste vrouw was overleden, hertrouwde hij op 7 juni 1845 met een weduwe te Brouwershaven. Op 17 september van datzelfde jaar overleed hij te Brouwershaven, 59 jaar oud. Hiermee verloor Willem zijn baas en wellicht zijn baan en inkomen. 

De bevolkingsadministratie was toen tamelijk onnauwkeurig. Volgens het uittreksel overlijdensregister gemeente Noordgouwe was zijn geboorteplaats Brouwershaven en overleed hij te Noordgouwe. 
Volgens de successiememorie was hij overleden in Brouwershaven. 58 jaar oud, maar volgens het doopregister was hij gedoopt in Noordgouwe in 1793 en zou hij 54 jaar geworden zijn. Het doopboek lijkt me een zeer betrouwbaar gegeven, in een kleine gemeenschap kende men elkaar.
Ook m.b.t. zijn vrouw Jacoba kloppen de data niet: volgens de trouwacte te Dirksland was ze geboren op 21-9-1797 te Herkingen. Dat was de geboortedatum van haar eerder overleden zus Jacoba. Volgens de overlijdensacte te Brouwershaven was ze geboren op 19-1-1801. 

De ambtenaar in Brouwershaven had er een potje van gemaakt, gezien de leeftijd genoemd in de rouwadvertentie: Op 13 april 1876 was ze 78 jaar en 7 maanden, haar geboorte in 1801 kan dus niet kloppen. 

Overlijdensadvertentie weduwe van Willem van Beveren

Jacoba vernoemde haar vader Boelhouwer Hartog en zo is de naam Boelhouwer in de familie van Beveren gekomen tot op de huidige dag. 

Jacoba is 29 jaar weduwe geweest. Als winkelierster had ze nog wat inkomsten. Daar werd ze niet rijk van zoals blijkt uit haar successiememorie. Daarin stond dat ze haar bezittingen naliet aan haar 4 zoons. En dat de overledene geen onroerende goederen had nagelaten. 

Mijn vader schreef dat in de familie Hartog tijdens voogdijschappen verschillende bezittingen aan hofsteden en landerijen verloren zijn gegaan. Pogingen om dit te herstellen mislukten. Door brand waren alle eigendomsbewijzen verloren gegaan. Volgens hem moet er ergens in Zuid-Holland een avondmaalsstel zijn met inscriptie, dat door de familie Hartog aan de kerk geschonken is. De kinderen van Willem en Jacoba waren: Jan, Boelhouwer, Cornelis en Johannes. Eerst komen Jan en Boelhouwer aan de orde.  

Jan van Beveren zoon van Willem en Jacoba 1819-1883

Jan van Beveren werd op 19 okt 1819 te Herkingen geboren. 
J.Wiebrens noemt hem in zijn boekje: Van Bakenmeester tot Tonnenlegger, Goes,1994. 

“Te Bruinisse werd tussen 1852 en 1865 Jan van Beveren, een schipper afkomstig van Brouwershaven aangesteld als Bakenmeester. 
Hij werd zo de grondlegger van verschillende families die aan elkaar verwant waren, en het werk van Bakenmeester zouden voortzetten. 
Jan had al eerder met het Loodswezen kennis gemaakt als binnenloods. Dus hij moet wel een deskundig en bevaren persoon geweest zijn, toen hij als Bakenmeester werd aangesteld.
Later werd hij genoemd; tonnenlegger. Het werk aan de betonning, in het 2e kwartier van het 5e district, werd door hem uitgevoerd met zijn houten boeierschuit “de Vrouwe Maria” tot aan zijn plotseling overlijden te Bruinisse op 1 jan. 1883.”

Zijn zoon Mattheus Johannes vertelde later dat hij geen onderwijs genoten had, maar lezen en schrijven geleerd had aan boord van een kanonneerboot, waarvan zijn vader schipper was, aan wie men had toegestaan met zijn gezin aan boord te leven. Zijn broer en hij schreven om het mooist voor een cent. 

Enige stemgerechtigden inwoners van Bruinisse waardeerden zijn goed ontwikkelde denkbeelden.

De Vlissingse Courant meldde op 16 november 1879:

De voorbeeldige moed van Jan van Beveren

Een reddingsactie van Jan samen met o.a. zijn zoon Cornelis leverde hem een medaille op.
Waarschijnlijk zijn de onderstaande foto’s naar aanleiding van die gelegenheid gemaakt.

Jan van Beveren dankt voor de waardering voor hun reddingsactie.
De ouwe Jan stond zijn mannetje!
Wat een stormschade! Okt 1881
Opnieuw een geslaagde reddingsactie van Jan van Beveren op 26 okt 1882
De overlijdensadvertentie van Jan van Beveren. (Zes van de negen kinderen waren hem al voorgegaan.)
Eerbetoon aan Jan van Beveren in Zierikzeesche Nieuwsbode 23 01 1883

Boelhouwer van Beveren, zoon van Willem en Jacoba 1822-1899

Fraai portret van Boelhouwer van Beveren 1822-1899

Boelhouwer was vernoemd naar zijn opa Boelhouwer Hartog. Zijn vader Willem was waarschijnlijk werkzaam bij het veer van Herkingen en zijn zonen kwamen allemaal terecht in nautische kringen. Ook Boelhouwer. Een vetpot was dat niet. Maar uitdagend was het wel. 

Op een dinsdag begin januari 1843 werd in Brouwershaven alarm geslagen. Twee timmerlieden die aan het werk waren aan de dukdalven bij de hoek van Den Osse waren verrast door een storm en een hoge vloed die hun de weg naar de wal afsneed. Ze zouden daar binnen enkele uren zeker verdrinken. Op het havenplein kwamen zes mannen in actie. De storm was zo hevig dat het niet mogelijk bleek de reddingsboot uit de haven van Brouwershaven naar buiten te krijgen. 

Onder leiding van Boelhouwer van Beveren werd een sloep op een wagen geladen, naar Den Osse vervoerd en daar bovenwinds te water gelaten, waarmee het hem en zijn helpers gelukte twee mensen van de verdrinkingsdood te redden. De mannen werden later onderscheiden met een zilveren medaille van de Vereniging tot Nut van het Algemeen. 

Krantenverslag van de redding door Boelhouwer
Vervolg krantenverslag van de redding door Boelhouwer
De vergadering van ’t Nut en “Het zalig loon harer edele daden”
De gepaste eretekenen: een oorkonde

Boelhouwer had een oogje op zijn buurmeisje Lena. En Lena werd zwanger. Maar geld om te trouwen was er niet. Van de burgemeester kreeg Boelhouwer op 22 december 1843 een certificaat van onvermogen, op grond van een wet uit 1815; 
“houdende bepalingen tot het wegnemen van pecunieele bezwaren bij het voltrekken der huwelijken van behoeftige personen”.

Boelhouwer kon dus de huwelijksacte niet betalen, en schrijven kon hij ook niet. Wel kon hij een certificaat van de nationale militie overleggen, waarin stond dat hij ingeschreven stond en ingeloot was, maar dat hij niet was opgeroepen en tot geen dienst verplicht was. Het signalement op dit certificaat gaf aan dat hij blond haar had en blauwe ogen en een dikke neus. 

Certificaat met uiterlijke kenmerken van Boelhouwer

Op 17 januari 1844 trouwde Boelhouwer van Beveren 21 jaar met Lena Kortvriend 19 jaar.

Bewijsstuk van de armoe van Boelhouwer

Maar hun liefde eindigde dramatisch, negen dagen na hun huwelijk werd er een levenloos jongetje geboren. En op 26 februari 1844 stierf ook de moeder van het naamloze kind. Lena Kortvriend stierf op 19-jarige leeftijd. 

Boelhouwer heeft later nooit met zijn kinderen over zijn eerste huwelijk gesproken. Tot het overlijden van een van de ouders hadden de kinderen nooit gehoord dat Boelhouwer van Beveren al eerder getrouwd was. 
Dit gaf reden tot enige opwinding. 

De positie van Boelhouwer verbeterde toen hij kwartiermeester werd bij het loodswezen op een loodskotter. Door zijn werk kwam hij ook op andere eilanden. In Ouddorp ontmoette hij Pieternella Bosloper, maar haar vader Jacob Bosloper was tegen de verkering. De redenen daarvoor zijn niet bekend maar laten zich raden. De moeder van Pieternella was op 16 november 1845 op 43-jarige leeftijd gestorven. Het jaar ervoor in 1844 was het jongste kind geboren. 

Er bleef een flink gezin achter met jonge kinderen. Een zus van Pieternella was een maand voor het overlijden van hun moeder getrouwd en een andere zus boven haar had trouwplannen.  Wellicht wilde haar vader daarom dat ze thuis bleef. In ieder geval: hij was tegen. 

En als Boelhouwer de haven invoer sloot hij zijn dochter op in de ‘vuurtoren’. De echte vuurtoren van Ouddorp bestond nog niet, maar de toren van Ouddorp was een rijksgebouw omdat ze als baken voor de scheepvaart diende, voordat de moderne vuurtorens gebouwd werden. 
Jacob Bosloper was bode van de gemeente Ouddorp en beschikte over de sleutels van het ‘kotje’; een ruimte om overtreders op te sluiten. (Of dit element van de overlevering canoniek is weet niemand meer, of, zoals mijn oma placht te zeggen: als het niet gebeurd is kan het nog gebeuren.) 

Pieternella was dienstbode van de arts in Ouddorp en zag haar kans. 
Toen de heelmeester naar Brouwershaven verhuisde ging ze mee. 
Inmiddels had ze kans gezien om zwanger te worden van Boelhouwer. 
En op 12 december trouwden ze in Brouwershaven. Bij hun huwelijk was haar vader niet aanwezig, maar hij gaf wel schriftelijk toestemming. 

Dat de verhoudingen toch nog goed gekomen zijn, kan blijken uit de advertentie van 11-03-1876
Trouwacte van Boelhouwer en Pieternella

Trouwacte van Boelhouwer en Pieternella: 

Heden den twaalfden van de maand december des jaars duizend acht honderd zeven en veertig verscheen voor mij ……. Ambtenaar van den Burgerlijken stand van de gemeente Brouwershaven Provincie Zeeland in het openbaar binnen het gemeentehuis

Boelhouwer van Beveren oud vijf en twintig jaar

geboren te Herkingen, van beroep kwartiermeester wonende te Brouwershaven weduwnaar van Lena Kortvriend

Meerderjarige zoon van Willem van Beveren overleden te Brouwershaven en van Jacoba Hartog hier ter wonende te Brouwershaven 

En Pieternella Bosloper oud eenentwintig jaren

geboren te Ouddorp, van beroep particuliere te Ouddorp ongehuwd minderjarige dochter van Jacob Bosloper, bode wonende te Ouddorp
En van Maatje Nuij overleden te Ouddorp ter andere zijde welke mij verzocht hebben tot de voltrekking van hun voorgenomen huwelijk over te gaan. 

Vervolgens door mij gelet zijnde

Ten eersten Op de door ieder der aanstaande echtgenoten overgelegde geboorte acten

Ten tweeden op de door den aanstaanden echtgenoot de acte van overlijden zijner vorige echtgenoote

Ten derden Op de door den aanstaanden echtgenoot overgelegde acte van overlijden van zijnen vader en de aanstaande echtgenote die van haar moeder. 

Ten vierden Op de mondelinge verklaring der moeder van den aanstaanden echtgenoot hier tegenwoordig dat zij tot het voltrekken van het huwelijk van haren zoon toestemming geeft. 

Ten vijfden Op den schriftelijke toestemming des vaders van de aanstaande echtgenote tot het voltrekken van het in dezen bedachten? Huwelijk verl.. bij acte verleden voor …in getuigen te Ouddorp op den zesentwintigsten november des jaars achttien honderd zeven en veertig behoorlijk geregistreerd. 

Ten zesden Op den bewijzen van de gedane afkondiging van het voorgenomen huwelijk tussen de aanstaanden echtgenoten gedaan in deze gemeente eerste op zondag den 21 november 1847 en de tweede op zondag den 28 sten nov daarop volgende alsmede in de gemeente Ouddorp op dezelfde dagen zonder dat daartegen .. ing heeft plaatsgehad

Ten zevenden Op het door den aanstaanden echtgenoot overgebracht certificaat waaruit blijkt dat door hem aan zijne verplichting op de met ? der nationale militie is voldaan geworden. 

Boelhouwers vader Willem was drie maanden daarvoor gestorven. Zijn moeder was als enige van de ouders getuige van het huwelijk. De moeder van Pieternella was al overleden en haar vader had schriftelijk zijn toestemming gegeven. 

Op de acte stond nog vermeld dat Boelhouwer aan zijn verplichtingen voor de nationale militie had voldaan. En gezien zijn ondertekening had hij leren lezen en schrijven. Zijn moeder bleef achter in armoedige omstandigheden en was een winkeltje begonnen om in haar levensonderhoud te voorzien. 
Kort daarop vertrok Boelhouwer naar Noordwelle, waar hij lichttorenwachter werd op het zogenaamde hoge licht. Maar dit bood waarschijnlijk te weinig uitdaging en een jaar later trok hij weer naar zee als zelfstandig schipper. 

Maar niet alleen om te vissen, bijvoorbeeld ook om het bergen van vastgelopen schepen. Samen met zijn twee broers bood hij zijn diensten aan als berger van ankers die verloren waren gegaan. Dat leverde weer wat extra’s op, maar ook weer niet heel veel. 

Boelhouwer kreeg wel snel in de gaten dat je van sommige bergingsklussen niet rijk werd. Voor het bergen van 57 mud steenkool uit een wrak kreeg hij slechts 1.79 gulden. Hij bewandelde dan nog de officiële weg en gaf de berging netjes aan bij de burgemeester-strandvonder. Daardoor moest hij allerlei kosten zoals huur van bergplaats, verzegeling, omroeper en rijksaccijnzen betalen. Geen wonder dat het enkele jaren duurde voordat er in de boeken van de strandvonderij weer van een dergelijke officiële aangifte door Van Beveren sprake was. 

Het leek dat de burgemeester helemaal was bijgedraaid en vond dat bergers een goede beloning moesten krijgen. Dat was gedeeltelijk ook eigenbelang want als de schippers geen aangifte deden, ontving hij zelf ook niets. 
In 1857 kregen ze vijf gulden de man voor het bergen van steenkool uit een wrak. Dat was wat er overbleef na aftrek van accijns verzegeling enz. 

Een onderdeel van het uniform van Boelhouwer

In 1861, toen hij negenendertig jaar was, kwam Boelhouwer weer bij het loodswezen terecht. Dat leverde meer op. Als er genoeg werk was, zo’n duizend gulden per jaar en er was in die tijd genoeg werk. 

Zo kwamen er in 1869 800 schepen op de rede van Brouwershaven om behandeld te worden. Schepen naar Rotterdam werden gelost in verband met de geringe diepte van de vaarweg naar Dordrecht. Schepen die de tegenovergestelde richting uit gingen kregen er in Brouwershaven lading bij. Loods Boelhouwer van Beveren hielp veel schepen naar buiten en naar binnen te brengen. De sleepboottarieven waren in die tijd vrij hoog. Men betaalde een tarief tussen de 240 en 440 gulden om een schip naar zee te brengen. 

Pieternella Bosloper, de echtgenote van Boelhouwer
Acte van eervol ontslag van Boelhouwer

Boelhouwer’s vrouw Pieternella Bosloper werd eenentwintig keer zwanger. Van de kinderen die werden geboren bleven er negen in leven, drie dochters en zes zonen. 

Op 68-jarige leeftijd kreeg Boelhouwer eervol ontslag uit de loodsdienst. 
In zijn dossier staat dat hij gestraft is met inhouding van zijn loodsaandeel en geschorst is voor de tijd van 2 maanden. wegens gemis aan zorgzaamheid en het niet naar behoren toezien op het wachtdoen aan boord van een Engels barkschip Mhitchall dat op 6 februari 1882 bij Galatheapolder (Flakkee) ten anker is gekomen en later aan de grond is gevaren en een wrak geworden. 

Het was een oud schip dat een slaver genoemd werd. Een relatief snel schip dat gebouwd was in de periode dat slavernij nog niet in alle delen van de wereld verboden was. Het schip moest snel zijn om de lading ‘heel’ te kunnen afleveren en om aan bijv. Engelse oorlogsschepen te kunnen ontsnappen. 

Het was geladen met chilisalpeter (kunstmest) en had rond Kaap Hoorn gevaren en had dus een formidabele afstand afgelegd. Sneu om dan na zo’n lange reis je einde te vinden op de dijk bij de Geele Tee (schippersjargon voor Galatheapolder). Of hier soms drank in het spel was is een open vraag.
In ieder geval ging Boelhouwer de drank afzweren. 

Op de loodskotter die op de rede stand-by lag was de gewoonte om voor het middageten een schootaan (een borrel) te drinken uit eigen fles. Boelhouwer wilde ook weer niet voor een softie aangezien worden door de anderen. Hij dronk in plaats van jenever een glas azijn (van dezelfde kleur). Dit resulteerde in maagklachten en nog eens twee maanden ziekte zonder prestatiebeloning. 

Na de aanleg van de Nieuwe Waterweg werd het stil op de rede van Brouwershaven. En in 1889 gooiden nog maar 50 schepen het anker uit in het Brouwershavense gat. De loodsen vertrokken naar Maassluis. Maar Boelhouwer bleef in Brouwershaven waar hij in 1899 stierf. 

Over de kerkelijke achtergrond van Boelhouwer weet ik alleen dat hij zich aangesloten heeft bij de gereformeerde kerk. Ik heb de indruk dat hij de enige was in zijn familie en dat zijn broers Hervormd bleven. 

Overlijdensadvertentie van Boelhouwer

Boelhouwer kocht in de Nieuwstraat 23 het z.g.n. Baanhuis uit 1741, in het verlengde van de Baanslop. De naam is afkomstig van de lijnbaan die achter het huis gelegen heeft. Hij vestigde er een klein petroleumwinkeltje waar ook sajet (garen) en touw verkocht werd. Zijn kleindochter Pieternella de Oude-Slager heeft hier tot 2004 gewoond. (Informatie uit knipsels over de tentoonstelling die dhr. C.G.A. de Oude samengesteld heeft.) 

Nieuwstraat 23, het zogenoemde Baanhuis uit 1741

Ten slotte: de twee jongste zonen van Willem van Beveren en Jacoba Hartog en dus de jongere broers van Jan en Boelhouwer. Dat waren Cornelis en Johannes. Zij komen in de volgende hoofdstukjes aan de orde 

Cornelis van Beveren zoon van Willem en Jacoba 1835-1914

Cornelis (Kees) was 13 jaar jonger dan Boelhouwer en werd geboren op 9 april 1835 te Brouwershaven. Een gat van 13 jaar; in de tussenliggende tijd werd er nog een tweeling geboren op 7 december 1831; Gerard en Neeltje. 
Gerard werd 3 dagen oud en Neeltje 4 dagen.

Cornelis werd schipper en beurtschipper. Hij heeft heel lang voor zijn moeder gezorgd. Pas op 33-jarige leeftijd trouwde hij op 20 mei 1868 te Brouwershaven met Cornelia van het Hof (27 jr.) Zijn nakomelingen bleven als beurtschipper varen vanuit Brouwershaven. Cornelis is overleden op zaterdag 18 juli 1914 aldaar op 79-jarige leeftijd.

Bij het handje: het huis waarin achtereenvolgens Cornelis, Wim en Wim C. van Beveren woonden

Beurtschipper Wim (Willem) was de oudste zoon van Cornelis (zie 8.2) en Wim C(ornelis) was weer de jongste zoon van Wim. In de Zierikzeesche Nieuwsbode komen we verschillende activiteiten van Cornelis tegen.

Wat deed Cornelis zo al?
In 1870 koopt Cornelis een duikertoestel. (14-06-1870)

In 1871 krijgt hij een vergunning voor een stoombootdienst tot het vervoer van passagiers en goederen en het slepen van schepen tussen Rotterdam en Brouwershaven. 

Vergunning voor eene stoombootdienst

Ook verkocht hij goederen van geborgen schepen: 30-11-1871.

Cornelis op Marktplaats
Fraaie grenen mast te koop

Een heel curieuze advertentie van een heel boze Cornelis op 08-07-1890:

Een heel curieuze advertentie van een heel boze Cornelis op 08-07-1890

We komen Cornelis ook in 1902 tegen in het bestuur van de pasopgerichte Schippersvereniging Schuttevaer afdeling Schouwen en Duiveland:

Bestuurslid Schuttevaer
Bij het verlies van zijn vrouw formuleerde hij een treffende advertentie
Het overlijden van Cornelis is wat afstandelijk geformuleerd

Johannes van Beveren zoon van Willem en Jacoba 1838-1899

Johannes (Jan) werd op 4 april 1838 geboren. Hij was 9 jaar toen zijn vader overleed. Hij werd visser en schipper. 
Hij trouwde op 22-jarige leeftijd op 3 mei 1860 te Brouwershaven met Aagtje Geleijnse (21 jr.) Ze kregen 10 kinderen. Ook uit dit grote gezin kwamen veel schippers. 
Johannes is overleden op woensdag 17 mei 1899 aldaar op 61-jarige leeftijd. 

Hieronder een mooi document van Johannes van Beveren over een teleurstellende berging. Hij was niet zo goed in spellen. Maar hij wist wel iets te organiseren. Men moet deze inventieve en harde werkers bewonderen, die 12.000 kilo aan elkaar geroest ballast-ijzer uit een wrak wisten te slopen. 

Teleurstellende berging

Ik ondergetekende verklaar dat ik met mijn vaartuig bemand met 8 personen en duiker op verschillende dagen heb gevist op wrakken die vroeger in zee zijn vergaan. 

Waar ik op den 15 september 1888 het geluk had om op den Banjaard gelegen in de Noordzee een wrak te vinden met ijzer ballast. 

Waarop ik met mijn vaartuig en manschappen en duiker 14 dagen heb gewerkt en toen 12000 kilo ijzer heb opgehaald en te Brouwershaven bij de burgemeester / strandvonder heb opgelost op den 29 sept 1888. 

Maar door de geringe waarde zijn wij op onze werkzaamheden heel wat te kort gekomen. 

Joh. van Beveren
Schipper te Brouwershaven
14 dec 1888

Dat het niet alles goud is wat er blinkt blijkt uit het bovenstaande berichtje
Melding van een wrak door Johannes (26-11-1878)
Andere activiteiten van Johannes
Johannes stierf op 17 mei 1899, 16 dagen na de dood van zijn oudere broer Boelhouwer
Dankbetuiging voor de belangstelling bij het overlijden van Johannes

Aagtje Geleijnse overleed op donderdag 2 mei 1912 op 73-jarige leeftijd.

Welk huis zou dat geweest zijn?

Johannes werd blijkbaar ook Jan genoemd. Zijn oudste broer Jan woonde niet meer in Brouwershaven, dus de kans op verwarring was niet zo groot. Toch was het lastig om al die van Beverens uit elkaar te houden. De generaties liepen door elkaar omdat het verschil in leeftijd tussen de oudste en de jongste in een gezin groot was. Om dit probleem op te lossen werden er allerlei bijnamen gegeven. Er was een hele lijst met bijnamen, maar het is niet meer te achterhalen bij wie die bijnamen hoorden. Wel weten we dat voor de bijnaam Willem de Noorman. 

Ik ben benieuwd of er ook nog foto’s zijn van Cornelis en Johannes, want er zijn wel portretten van hun broers Jan en Boelhouwer. Vooral van Cornelis zou er nog een portret moeten zijn, want hij leefde tot 1914, toen waren foto’s geen zeldzaamheid meer. Ik neem aan dat er geen foto’s (meer) zijn van hun ouders Willem en Jacoba, omdat fotografie toen duur was en nog niet zo ingeburgerd. 

De kinderen van Jan van Beveren, zoon van Willem en Jacoba

Jan trouwde op 24-jarige leeftijd op woensdag 4 oktober 1843 te Vlissingen met Maria Brakenhoff (Brakelhoff, Berkenhof, Brekenhoff), particuliere, geboren op woensdag 31 december 1817 te Zierikzee, overleden op zaterdag 8 december 1883 te Bruinisse op 65-jarige leeftijd, kind van Mattheus Johannes Brakenhoff, aubergiste, varendsgezel, commies rijksbelastingen, commies van de 4e klas, commiswaker bij accijnzen, en Jacoba de Does (Doesscheiden), particuliere. 

1. Adriana van Beveren, geboren op dinsdag 6 december 1842 te Vlissingen. 
overleden op zondag 6 juli 1879 te Bruinisse op 36-jarige leeftijd, 
Relatie op 22-jarige leeftijd op zaterdag 15 april 1865 te Bruinisse met Salomon (Samuël) Beekman, 24 jaar oud. Uit de 1e relatie: 9 kinderen. 

2. Jacoba van Beveren, geboren op dinsdag 4 juni 1844 te Fort Bath en Bath, 
overleden op maandag 22 december 1845 te Vlissingen op 1-jarige leeftijd, 

3. Mattheus Johannes van Beveren, geboren op woensdag 7 januari 1846 te Vlissingen. rijkstonnenlegger, lid gemeenteraad, schipper, bakenschipper, overleden op maandag 1 maart 1926 te Veere op 80-jarige leeftijd.
Relatie op 24-jarige leeftijd op donderdag 31 maart 1870 te Oosterland met Pauline (Pauwlina, Poulina) de Rijke, 24 jaar oud (zie 350). geboren op zaterdag 1 november 1845 te Sirjansland, overleden op zaterdag 15 februari 1919 te Veere op 73-jarige leeftijd, kind van Jacob de Rijke en Adriaantje Zoeter. Uit de 1e relatie: 11 kinderen. 

4. Willem van Beveren, geboren op donderdag 4 februari 1847 te Fort Bath en Bath. varensgezel, schipper, overleden te Hellevoetsluis, Relatie op 23-jarige leeftijd op donderdag 19 mei 1870 te Bruinisse met Jacoba Meermans, 23 jaar oud. Uit de 1e relatie: 10 kinderen. 

5. Boelhouwer van Beveren, geboren op maandag 26 februari 1849 te Fort Bath en Bath overleden op vrijdag 16 maart 1849 aldaar, 18 dagen oud.

6. Jacoba van Beveren, geboren op donderdag 16 mei 1850. 
om 20 uur te Brouwershaven. Aangifte gedaan met Boelhouwer van Beveren oud 28 jaar,overleden op vrijdag 2 april 1852 te Brouwershaven op 1-jarige leeftijd. 7. Johanna van Beveren, geboren op dinsdag 7 december 1852 te Bruinisse. Relatie op 19-jarige leeftijd op woensdag 6 november 1872 te Bruinisse met Simon Bouterse, 22 jaar oud. Uit de 1e relatie: 2 kinderen. 

8. Cornelis van Beveren, geboren op donderdag 1 februari 1855 te Bruinisse. varensman, overleden op dinsdag 16 november 1880 te Rotterdam op 25-jarige leeftijd. Relatie op 21-jarige leeftijd op vrijdag 21 juli 1876 te Bruinisse met Jannetje Zoeter (Soeter), 22 jaar oud. Uit de 1e relatie: 3 kinderen. 

9. Jacob (Jacobus) van Beveren, geboren op zaterdag 3 januari 1857 te Bruinisse overleden op donderdag 15 augustus 1867 aldaar op 10-jarige leeftijd. 

Adriana dochter van Jan

Zijn dochter Adriana 1842-1876 trouwde met Salomon Beekman 1840-1909 die bij Jan van Beveren aan boord werkte. Salomon werd op 19 maart 1883 benoemd als tonnenlegger van het 2e en 3e kwartier te Bruinisse als opvolger van zijn schoonvader. 

Mattheus Johannes zoon van Jan

Zijn zoon Mattheus Johannes van Beveren vertrok van Bruinisse naar Veere op 1 okt 1873 en werd tonnenlegger van het 6e district tot aan zijn overlijden op 1 maart 1926. 

Mattheus Johannes van Beveren

Van Mattheus Johannes staat verderop op deze website een bijdrage in een poëziealbum. 

Na diens overlijden werd op 7 april 1926 een contract gesloten met zijn zoon Jacob Jan van Beveren voor onderhoud aan de betonning, bebakening en verlichting. Hij werd weer opgevolgd als tonnenlegger door zijn zoon Barend van Beveren, die het onderhoud aan de betonning zou uitvoeren tot aan de afsluiting van het Veerse Gat. (naar J. Wiebrens) 

J.H. Midavaine schreef in het blad De Wete van de heemkundige kring Walcheren 23e jrg. No. 4 en 24e jrg. no. 1. over: Drie generaties van Beveren: ruim 90 jaar rijkstonnenlegger in Veere. Het is een prachtig artikel over de schilderachtige Mattheus Johannes en over de sappige vetes tussen zijn zoons. 

Een krantenartikel over Mattheus Johannes

De dag voor zijn jubileum als 50 jaar tonnenlegger in Veere verscheen in de Middelburgse Courant van 29 september 1923 het volgende verhaal van een oude vriend van Mattheus: 

1 oktober 1923 herdenkt de Heer M.J. van Beveren te Veere den dag waarop hij voor 50 jaren als Rijkstonnenlegger en bakenmeester van de Zeeuwsche Stroomen werd aangesteld. Zijn vele vrienden en kennissen, zoowel binnen als buiten deze oude veste wenschen dezen dag voor hem tot een feestdag te maken. Als oud-vriend vond ik hierin voldoende aanleiding om hem te bezoeken, teneinde met hem nog eens oude herinneringen uit dit 50-jarig tijdperk op te halen. 

Veere binnenkomende, wist ik waar ik hem zou aantreffen, op het plankier aan de kade, zijn troon, waar hij, omringd van vele belangstellenden, dagelijks leiding gaf aan de gesprekken over de actuele onderwerpen van den dag. Hij kreeg me weldra in de gaten, brak zijn gesprek af met den uitroep: “wat waerlem daar ei je m’n vrind Jan”. 

Met een hartelijken handdruk noodde hij me uit binnenshuis een oud klaartje of pierenverschrikkertje te gaan gebruiken. Meestal in het keukentje, nu in de grote achterkamer, namen we tegenover elkaar plaats. 

De jubilaris met zijn dochter, ridder in de orde van Oranje-Nassau, “Den bijzonder fraaien leunstoel was een geschenk van een deputatie uit vrienden en vriendinnen”

Hij verkeerde in eene opgewekte stemming, zat vast op zijn praatstoel, zoodat er heel wat afgekeuveld werd. 

“Ja, Jantje m’n joengen, in die vuuftig jaer is er eel wat ebeurd, eb ik eel wat mee emaakt in het Markiezaat”. 


Van al hetgeen hij had doorleefd, herinnerde ik me nog veel; toch was het voor mijn herinneringsvermogen goed, dat ik hem opnieuw aanhoorde. 
Het is een self-made man, heeft nimmer eenig onderwijs genoten. Lezen en schrijven leerde hij op een kanonneerboot, waarvan zijn vader schipper was, dien men had toegestaan met zijn gezin aan boord te leven. Zijn broer en hij schreven om het mooist voor een cent. 


Uitgerust met een groote dosis gezond verstand, sterk geheugen, gemakkelijk bevattings- en aanpassingsvermogen, is hij in den strijd om het bestaan geschoold en heeft zich in de Maatschappij eene eervolle zelfstandige positie weten te veroveren. 


Lichamelijk sterk, is hij daarbij taai en lenig. Zijne lenigheid op 76-jarige leeftijd illustreert hij door zijne beenen om de beurt tegen zijn zitvlak te slaan. Zijn karakter spreekt zich uit in zijn resoluut optreden, hij verfoeit het benepene, heeft een afkeer van kleine slimmigheidjes en het bewandelen van kronkelweegjes, zijn levensweg voert recht door zee. 


Hij is lid van de Nederlands Hervormde Gemeente, zijn godsdienstige levensopvatting luidt:”doe wel en zie niet om” en vond haar toepassing in het redden zijner medemenschen; menig drenkeling dankt aan hem de verlenging van zijn levensduur. Hij is een ervaren zeeman, overdrijft niet, als hij beweert: “ik vaere op de punt van de naeld” of als hij opmerkt: “zoo mistig of zoo donker kon het niet wezen of ik kwam met mijn schip waar ik wou”. 


Hij vertelt: 17 jaar oud was ik schipper, voer er een woninkje van f1700,- voor mijn vader uit en drie jaar later werd het schip mijn eigendom”. 


Binnen dien tijd kreeg Amor hem te pakken, nog wel op een glibberig pad, de ijsbaan, waar een jonge deern uit het naburige Sirjansland door haar elegante en rappe houding op de schaats zijn aandacht trok. 


In Veere kwam hij 1 oktober 1873, kocht daar een groot huis met tuin, dat hij nog bewoont. 

Hij werd aldaar een persoonlijkheid, waarmede men rekening hield. Bijna 25 jaren heeft hij de belangen van de plaats als raadslid en wethouder gediend, was vaak loco-burgemeester. 

Als vooruitstrevend raadslid ondervond hij vaak tegenwerking van de meer conservatief aangelegde leden uit dit college, die hij kortweg ‘afgescheidenen of separatisten’ noemde. Legden dezen leden hem het vuur al te na aan de schenen, dan kregen ze op slag te hooren: “je kunt beter een ieseren lantaernpaal opvreten dan jullie overtuigen”. 

Buiten de gemeente Veere heeft hij vele vrienden onder invloedrijke kringen, die hem gaarne gastvrijheid verlenen. Voldoende zelfkennis en bescheidenheid spreken uit zijne bewering: “ik heb voor geen stuuver geleerdheid, maar ik heb er wel respect voor; ik heb een goede stem, zeggen ze, maar ik ken geen noot zoo groot als de kerk”. 

Levenswijsheid legt hij onder vele omstandigheden aan den dag; nemen doen ze hem allicht niet. Terecht merkt hij op:”als jij van mij geen Zondag maakt, maak ik van jou geen Maandag”. 

Raak , gevat en slagvaardig is hij vaak; dit blijkt wel uit het volgende staaltje. 

Op de Zierikzeesche boot stelt te midden van een groot gezelschap een seperatistische dominee hem de vrij onnoozele vraag: “Wel mijnheer Van Beveren, waarvoor dienen die tonnen toch?” Waarop hij onmiddellijk antwoordde: “die zijn net as jie, ze wijzen den weg ook al kennen ze hem zelf niet”. 

Behalve rijkstonnenlegger bekleedt hij nog steeds de functie van President Kerkvoogd en Ambtenaar van den Burgerlijke stand. Het huwelijk van menig paartje, jong of oud, aanvallig of tanig, heeft hij voltrokken. 

De ontwikkeling van het maatschappelijke leven in Veere tijdens de laatste vijftig jaren staat in nauw verband met het optreden van deze persoonlijkheid, die onder zijn plaatsgenooten bijna algemeen geacht en gezien is. 

Met den oprechten wensch voor zijn behoud gedurende nog een tal van gelukkige jaren te midden zijner Veerenaren eindig ik dit epistel”.Hij verkeerde in eene opgewekte stemming, zat vast op zijn praatstoel, zoodat er heel wat afgekeuveld werd. 

“Ja, Jantje m’n joengen, in die vuuftig jaer is er eel wat ebeurd, eb ik eel wat mee emaakt in het Markiezaat”. 

Van al hetgeen hij had doorleefd, herinnerde ik me nog veel; toch was het voor mijn herinneringsvermogen goed, dat ik hem opnieuw aanhoorde. 

Het is een self-made man, heeft nimmer eenig onderwijs genoten. Lezen en schrijven leerde hij op een kanonneerboot, waarvan zijn vader schipper was, dien men had toegestaan met zijn gezin aan boord te leven. Zijn broer en hij schreven om het mooist voor een cent. 

Uitgerust met een groote dosis gezond verstand, sterk geheugen, gemakkelijk bevattings- en aanpassingsvermogen, is hij in den strijd om het bestaan geschoold en heeft zich in de Maatschappij eene eervolle zelfstandige positie weten te veroveren. 

Lichamelijk sterk, is hij daarbij taai en lenig. Zijne lenigheid op 76-jarige leeftijd illustreert hij door zijne beenen om de beurt tegen zijn zitvlak te slaan. Zijn karakter spreekt zich uit in zijn resoluut optreden, hij verfoeit het benepene, heeft een afkeer van kleine slimmigheidjes en het bewandelen van kronkelweegjes, zijn levensweg voert recht door zee. 

Hij is lid van de Nederlands Hervormde Gemeente, zijn godsdienstige levensopvatting luidt:”doe wel en zie niet om” en vond haar toepassing in het redden zijner medemenschen; menig drenkeling dankt aan hem de verlenging van zijn levensduur. Hij is een ervaren zeeman, overdrijft niet, als hij beweert: “ik vaere op de punt van de naeld” of als hij opmerkt: “zoo mistig of zoo donker kon het niet wezen of ik kwam met mijn schip waar ik wou”. 

Hij vertelt: 17 jaar oud was ik schipper, voer er een woninkje van f1700,- voor mijn vader uit en drie jaar later werd het schip mijn eigendom”. 

Binnen dien tijd kreeg Amor hem te pakken, nog wel op een glibberig pad, de ijsbaan, waar een jonge deern uit het naburige Sirjansland door haar elegante en rappe houding op de schaats zijn aandacht trok. 

In Veere kwam hij 1 oktober 1873, kocht daar een groot huis met tuin, dat hij nog bewoont. 

Hij werd aldaar een persoonlijkheid, waarmede men rekening hield. Bijna 25 jaren heeft hij de belangen van de plaats als raadslid en wethouder gediend, was vaak loco-burgemeester. 

Als vooruitstrevend raadslid ondervond hij vaak tegenwerking van de meer conservatief aangelegde leden uit dit college, die hij kortweg ‘afgescheidenen of separatisten’ noemde. Legden dezen leden hem het vuur al te na aan de schenen, dan kregen ze op slag te hooren: “je kunt beter een ieseren lantaernpaal opvreten dan jullie overtuigen”. 

Buiten de gemeente Veere heeft hij vele vrienden onder invloedrijke kringen, die hem gaarne gastvrijheid verlenen. Voldoende zelfkennis en bescheidenheid spreken uit zijne bewering: “ik heb voor geen stuuver geleerdheid, maar ik heb er wel respect voor; ik heb een goede stem, zeggen ze, maar ik ken geen noot zoo groot als de kerk”. 

Levenswijsheid legt hij onder vele omstandigheden aan den dag; nemen doen ze hem allicht niet. Terecht merkt hij op:”als jij van mij geen Zondag maakt, maak ik van jou geen Maandag”. 

Raak , gevat en slagvaardig is hij vaak; dit blijkt wel uit het volgende staaltje. 

Op de Zierikzeesche boot stelt te midden van een groot gezelschap een seperatistische dominee hem de vrij onnoozele vraag: “Wel mijnheer Van Beveren, waarvoor dienen die tonnen toch?” Waarop hij onmiddellijk antwoordde: “die zijn net as jie, ze wijzen den weg ook al kennen ze hem zelf niet”. 

Behalve rijkstonnenlegger bekleedt hij nog steeds de functie van President Kerkvoogd en Ambtenaar van den Burgerlijke stand. Het huwelijk van menig paartje, jong of oud, aanvallig of tanig, heeft hij voltrokken. 

De ontwikkeling van het maatschappelijke leven in Veere tijdens de laatste vijftig jaren staat in nauw verband met het optreden van deze persoonlijkheid, die onder zijn plaatsgenooten bijna algemeen geacht en gezien is. 

Met den oprechten wensch voor zijn behoud gedurende nog een tal van gelukkige jaren te midden zijner Veerenaren eindig ik dit epistel”.

Vlissingse Courant 01-03-1926
De tonnenloods te Veere

Jacob Jan van Beveren zoon van Mattheus Johannes

Na het overlijden van Mattheus Johannes van Beveren in 1926, brak er een stormachtige periode aan in het tonnenleggerschap. Het was een periode vol onenigheid en ruzie. Jacob Jan van Beveren nam de taak van zijn vader over. Zijn 7 jaar jongere broer Hendrik (Hein) bleef voorlopig in dienst als knecht tot op 1 januari 1930 Hein ontslag nam en ging werken als mosselvisser. De reden was een diepgaande vete tussen de broers. 

Bemiddelingspogingen van de oudste zus, de burgemeester en de directeur van het loodswezen mochten niet baten.

In maart 1931 ontving de minister van Marine uit Veere een anonieme brief met de volgende tekst: 

“Mijnheer ik heb een klein verzoek aan U daar het Rijkstonnenmagazijn te Veere dienst doet voor rijksgoederen bestemd voor boeien en verf en oliën schijnt het tegenwoordig een bergplaats voor motorrijwielen te zijn en daar het gebouw drie huizen van de Gereformeerde kerk staat is dat Zondags als de kerk aan gaat zeer hinderlijk dan staan de grote deuren Zondags dikwijls open, 

nu is mijn vraag ook uit naam van andere trouwe kerkgangers of U daar geen verandering in kunt brengen om dat tegen te gaan voor de Zondagse rust als iemand ter kerke gaat met dat leven en brandgevaar met benzine want het schijnt tegenwoordig geen tonnenmagazijn te zijn maar een bergplaats voor motorfietsen en meestal zijn er een hoop straatjongens bij en in het Rijksmagazijn. 

Bij voorbaat mijn hartelijke dank. 

Een trouwe kerkganger”. 

Het ministerie van Marine stuurde dit schrijven door naar het Ministerie van Defensie, dat op zijn beurt de directeur van het Loodswezen in Vlissingen om nadere uitleg vroeg, die op 1 april 1931 het volgende antwoordde: 

“Gezien en teruggezonden onder beleefde mededeeling dat nevensgaande anonym schrijven herkend werd als te zijn het verdraaide schrift van Hein van Beveren, die tot voor kort met diens broeder contactant was voor de betonning op de Oosterschelde en die uit elkaar gegaan zijn wegens onderlinge hevige ruzie. 

H. van Beveren doet alles wat hij kan om zijn broer het leven zuur te maken en dreigt herhaaldelijk met moord en doodslag. Hij is geen trouwe kerkganger, heeft daarentegen zijn lidmaatschap van de kerk opgezegd en werkt zelf altijd op zondag als hij daartoe aanleiding heeft. 

Door mij is vergunning verleend aan den tonnenlegger Van Beveren om het motorrijwiel van diens zoon in het tonnenmagazijn te stallen, onder voorwaarde dat de motor in het magazijn nimmer zal mogen draaien, zoodat deswege geen brandgevaar kan ontstaan”. 

Tot zover het ontdekkende antwoord van het Loodswezen.

Najaar 1940. Jacob van Beveren zet op de Kaai de tonnen in de menie

In de Tweede Wereldoorlog werd abrupt een einde gemaakt aan het tonnenleggerschap op 17 juni 1941, Jacob J. van Beveren werd op staande voet ontslagen. Door de Duitsers. Hij was Deutschfeindlich und Englandfreundlich.

Op die datum schreef 

“Der Generalkommissar fur Verwaltung und Justiz an den Heern Generalsekretar im Ministerium des Innern, Den Haag: 

Betrifft: 1. Den Burgemeister in Veere
2.Den Wethouder und Gemeinderat, Reichtonnenleger van Beveren. 

In der Gemeinde Veere sind wiederholt, u.a. auch am Geburtstag de Prinzessin Juliana am 30. April 1941, offentliche Gebaude in den Farben rot und oranje gepinselt worden. Der Burgemeister hat ernste Vorbeugungsmassnahmen gegen eine wiederholung niemals getroffen. Er ist zudem deutschfeindlich eingestellt. 

De Reichstonnenleger und Wethouder van Beveren hat in Vertretung des abwesenden Burgemeisters eine Herzschrift auf der Rathaustreppe nicht sofort beseitigen lassen, sondern erst die Ruckkehr des Burgemeisters abgewartet. Er ist stark deutsfeindlich und englandfreunlich eingestellt und ubt eine unheilvolle Einfluss sowohl auf den Burgemeister wie auf seine Mittburger aus. 

Ich bitte um baldgefallige Vorslage zur Neubesetzung der beide Ambter” 

Hierna werd de grond in Veere Jacob te heet onder de voeten en vertrok hij met zijn hele gezin naar familie in Lekkerkerk. Naarmate de oorlog vorderde was het op een gegeven ogenblik ook niet meer verantwoord om daar te blijven en vertrok het gezin met hun Lemsteraak “Het Veergat” naar de Biesbosch om zich daar de rest van de oorlog schuil te houden. 

Barend van Beveren zoon van Jacob Jan

Spoedig na de oorlog deed Jacob het bedrijf over aan zijn zoon Barend, die voor de oorlog een takakszaakje in de tonnenloods dreef. Barend die zeer geliefd was onder de Veerenaren, had vanwege een ernstig motorongeluk slechts een been, doch dat weerhield hem er niet van om zijn beroep uit te oefenen. Daarnaast was hij net als zijn vader en grootvader lid van de gemeenteraad en wethouder. 

Toen op 31 januari 1953 Leonard de zoon van de burgemeester op de Kade liep zag hij Barend druk doende in de tonnenloods. Barend was bezig zijn motor in de takels te hangen om hem naar de zolder te brengen.
Waarom doe je dit Barend? vroeg hij.
“Kom jij maar eens met mij mee “zei Barend en liep naar het water. 
“Zie jij dat water en zie je hoe hoog het staat? 
Het is nu eb en het water staat zo hoog als het normaal bij vloed staat, over 6 uur is het vloed en als er dan niets gebeurd, zullen de vissersboten op de Markt ronddrijven, ga jij onmiddellijk naar je vader en vertel hem wat je gehoord en gezien hebt.” 

Barend heeft alle vissersboten gevierd, zodat ze niet los zouden slaan als de vloed op zijn hoogst zou zijn. 

Water op de kade in Veere

Hiermee heeft hij Veere voor een grote ramp gespaard, want de vissersschepen zijn in de haven gebleven.
Ook na de ramp was Barend een der eersten die hulp kon bieden bij het redden en evacueren van drenkelingen. Op 4 februari 1964 overleed hij op 60-jarige leeftijd. 

Kort na zijn overlijden besloot men de betonning vanuit Vlissingen te gaan regelen.
De kleurige tonnen verdwenen van de Kade, de tonnenlegger “Het Veergat” werd verkocht aan de stichting “Het Veerse Meer” de tonnenloods werd verkocht aan een particulier.

Zo kwam er een einde aan een periode van 90 jaar tonnenleggerij door de fam. Van Beveren in Veere. 

Willem, zoon van Jan van Beveren

Willem van Beveren werd tonnenlegger te Hellevoetsluis, vallend onder het 4e district. Hij woonde daar aan de Oostkade 24. Hij had een schokker “De vrouwe Jacoba” waarmee de betonning in het Haringvliet, het Goereese gat enz werd verzorgd. Als bijverdienste werd er gevist en ook gejaagd op zeehonden die toen zeer talrijk waren en waarvoor een premie betaald werd om de visstand niet teveel te schaden. 

Willem van Beveren op de kade van Hellevoetsluis en op de schokker zijn twee zoons en een knecht

Zijn kleinzoon Willem J van Beveren beschreef zijn jeugdherinneringen: 

willem als hellevoeter 1
willem als hellevoeter 2
willem als hellevoeter 3
willem als hellevoeter 4
willem als hellevoeter 5

Cornelis zoon van Jan van Beveren

De op een na jongste zoon van Jan heette Cornelis van Beveren, varensman, geboren op donderdag 1 februari 1855 te Bruinisse, overleden op dinsdag 16 november 1880 te Rotterdam op 25-jarige leeftijd. 
Relatie op 21-jarige leeftijd op vrijdag 21 juli 1876 te Bruinisse met Jannetje Zoeter (Soeter), 22 jaar oud. 
Uit de 1e relatie: 
1. Maria van Beveren, geboren op zaterdag 27 januari 1877 te Bruinisse
2. Pieter van Beveren, geboren op dinsdag 21 mei 1878 te Bruinisse
3. Jan van Beveren, geboren 1880 te Bruinisse overleden op dinsdag 14 september 1880 aldaar.

Zilveren medaille voor een reddingsactie
Medaille voor een reddingsactie door de Koning der Belgen
Nog een bewijs van de heldenmoed van vader Jan en zoon Cornelis

Samen met zijn vader had hij een reddingsactie ondernomen (zie hierboven), maar dat was niet de eerste keer dat hij zoiets deed.

Verslag van een reddingsactie uit 16-03-1876

Cornelis stierf jong, 25 jr. in het ziekenhuis in Rotterdam, ten gevolge van een noodlottige omstandigheid volgens de overlijdensadvertentie in 1880 (in hetzelfde jaar als de reddingsactie samen met zijn vader). 

De kinderen van Boelhouwer, zoon van Willem en Jacoba.

Op stamboom Van Beveren(aldaar klikken op www.teele.nl) heeft Roel T. Verheij (zelf een nakomeling van Boelhouwer) de stamboom van o.a. Van Beveren gepubliceerd; een indrukwekkend stuk werk. Het gedeelte hieronder komt daaruit. 

Boelhouwer van Beveren, kwartiermeester, varensgezel, redder, visser, berger, lichtwachter, binnenloods, loods, geboren op dinsdag 7 mei 1822 om 7 uur te Oud en Nieuw Herkingen (aangifte door: Christoffel Bruggemans oud 31 jaar wagenmaker en Korstiaan Karels verwer oud 34 jaar), overleden op maandag 1 mei 1899 te Brouwershaven op 76-jarige leeftijd, 

Relatie (1) op 21-jarige leeftijd op woensdag 17 januari 1844 te Brouwershaven met Lena Kortvriend, 19 jaar oud (zie 112). Overleden op 27 februari 1844 te Brouwershaven, 19 jaar oud. 

Relatie (2) op 25-jarige leeftijd op zondag 12 december 1847 te Brouwershaven met Pieternella Bosloper (Bos, Boslooper), 21 jaar oud (zie 143). 143. particuliere, geboren op dinsdag 20 juni 1826 te Ouddorp (aangifte door: Gerardus van Eibergen oud veertig jaar, particuliere te Brouwershaven), overleden op donderdag 29 september 1887 te Brouwershaven op 61-jarige leeftijd, kind van Jacob Bosloper, gemeentebode, en Maartje (Maatje) Nuij (Nuijens). 

Uit de 1e relatie: 
1. kind van Boelhouwer van Beveren, (levenloos) geboren op vrijdag 26 januari 1844 te Brouwershaven 

Uit de 2e relatie: 
2. Jacoba van Beveren, geboren op donderdag 1 juni 1848 te Brouwershaven
3. Jacob van Beveren, geboren op dinsdag 31 juli 1849 te Brouwershaven 
4. Willem van Beveren (Willem de Noorman), geboren op woensdag 13 november 1850 te Brouwershaven
5. Jacoba van Beveren, geboren op vrijdag 12 november 1852 te Brouwershaven 
6. Maartje van Beveren, geboren op maandag 4 september 1854 te Brouwershaven 
7. Jannetje van Beveren, geboren op zaterdag 20 oktober 1855 te Brouwershaven 
8. Maartje van Beveren, geboren op donderdag 16 oktober 1856 te Brouwershaven 
9. Boelhouwer van Beveren, geboren op donderdag 26 november 1857 te Brouwershaven 
10. Cornelis van Beveren, geboren op zaterdag 13 augustus 1859 te Brouwershaven 
11. Maarten van Beveren, geboren op woensdag 23 januari 1861 te Brouwershaven 
12. Maarten van Beveren, geboren op woensdag 8 januari 1862 te Brouwershaven
13. Jan (Johannes) van Beveren, geboren op woensdag 28 januari 1863 te Brouwershaven
14. Cornelis van Beveren, geboren op woensdag 28 januari 1863 te Brouwershaven 
15. Cornelis van Beveren (Lurkus), geboren op dinsdag 19 januari 1864 te Brouwershaven
16. Jan (Johannes) van Beveren, geboren op maandag 13 maart 1865 te Brouwershaven 
17. Pieternella Geertruida van Beveren, geboren op maandag 23 april 1866 te Brouwershaven 
18. Adriana Neeltje van Beveren, geboren op donderdag 15 oktober 1868 te Brouwershaven 
19. kind van Boelhouwer van Beveren, geboren op donderdag 6 januari 1870 te Brouwershaven 

Tentoonstelling over de wereld van Boelhouwer van Beveren

Jacob van Beveren zoon van Boelhouwer en Pieternella

Jacob van Beveren varensgezel, schipper, schilder. 

Geboren op 31 juli 1849 te Brouwershaven. 
Overleden 5 december 1932 te Haamstede 83 jr.
Getrouwd op 23-jarige leeftijd op 12 december 1872 te Brouwershaven met Neeltje Cornelia Boluijt 25 jr. geboren op 8 november 1847 te Kerkwerve. Overleden op 6 juli 1931 te Haamstede 83 jr. 

Jacob was de oudste zoon. Hij werd schipper op het jacht van een rijke familie. Hij voer voor “De Rotterdamsche LLoyd” op ligters in Rotterdam en bij “Ruis en Co”.
Later vestigde hij zich in Haamstede waar hij een schildersbedrijf opbouwde.

In het boek over Leendert van der Weele komt hij voor op blz. 26 bij de begrafenis van Trijntje Anna in 1929. 
Zelf had hij geen kinderen. 

De oude Jacob van Beveren uit Haamstede

Willem de Noorman zoon van Boelhouwer en Pieternella

Zie hoofdstuk 3

Jacoba van Beveren dochter van Boelhouwer en Pieternella

Jacoba van Beveren, geboren op vrijdag 12 november 1852 te Brouwershaven, overleden op maandag 12 augustus 1912 te Zierikzee op 59-jarige leeftijd, 
Relatie op 23-jarige leeftijd op woensdag 24 november 1875 te Brouwershaven met Adrianus Verdoorn.

Adrianus (Arie) Verdoorn, kapitein stoomboot, geboren 1849 te Zierikzee, overleden op zaterdag 14 februari 1931 te Terneuzen, Uit de 1e relatie: 

  1. Barbera Pieternella Verdoorn, geboren 1878 te Brouwershaven (zie 572). 
  2. Boelhouwer Verdoorn, geboren 1879 te Brouwershaven (zie 583). 
  3. Pieternella Verdoorn, geboren op zondag 4 december 1881 te Rotterdam (zie 606). 
  4. Arie (Are) Verdoorn, geboren op woensdag 28 maart 1883 te Rotterdam (zie 620). 
  5. Jacob Verdoorn, geboren 1885 te Zierikzee (zie 631).
  6. Johannes Verdoorn, geboren op zondag 21 februari 1886 te Zierikzee (zie 637). 
  7. Willem Verdoorn, geboren 1891 te Zierikzee (zie 681). 
  8. Willem Verdoorn, geboren 1895 te Zierikzee (zie 718). 
  9. Maatje Willemina Verdoorn, geboren te Zierikzee, overleden aldaar. Relatie met Arie Vermaat. 

Boelhouwer van Beveren, zoon van Boelhouwer en Pieternella

Varensgezel, schipper, geboren op 26 nov 1857 te Brouwershaven
Overleden 26 mei 1926 te Rotterdam op 68-jarige leeftijd. 
Op 21-jarige leeftijd getrouwd op 30 juli 1879 te Brouwershaven met Trijntje Geleijnse 20 jr. 

Trijntje Geleijnse, afkomstig uit een groot gezin met veel varenslieden o.a. sleepbootkapiteins. Ze was naaister te Brouwershaven en een kind van Bartel Geleijnse en Anna Arnold. Ze trouwde in feite met haar aangetrouwde oom. De jongste zus van haar moeder Anna Arnold heette Lena Arnold. Lena was getrouwd met Willem van Beveren, de oudere broer van Boelhouwer. Ze is overleden in 1945 te Sommelsdijk. 

In 1888 ging hun schip naar de kelder.
Het Zierikzeesch Nieuwsblad van 01-05-1888

Mijn vader schreef dat hij ook schipper was op de zeiltjalk “Nooit Gedacht”, waarmee hij verre reizen maakte, tot in Frankrijk. 

Advertentie uit 1-3-1894

Welke verandering zou dat zijn? Of betrof het hier zijn vader Boelhouwer? Maar die was op dat moment al 72 jaar. 

De erven Van Beveren Geleijnse. 14-06-1912

Wiens huis was dit? Aan de Haven Zuidzijde. Welk huis is dit? 

Brief van Trijntje van Beveren-Geleijnse aan de 3 kinderen van Pieternella Geertruida Slager van Beveren, na het overlijden van hun moeder op zaaterdag 28 november 1942 te Brouwershaven. 

Geliefde familie, 

Door ’s Heeren goedheid mag ik nog leven en zijn. 
En hierbij wil tante u condoleren. Ik heb dinsdagmiddag uw kaart ontvangen van het overlijden van uw moeder. Wij mogen hopen dat ze een goede ruil gedaan heeft. En dan zal ze veel ellende te boven zijn want het is nu een jammerdal hee kinderen. Uit haar laatste briefje heb ik nog vernomen dat ze nog wel een beetje scharrelen kon, maar als men gebreken krijgt en zulke grote, dan wordt men wel terneer gehouden. U zult er misschien met raad en daad nog wel aan missen en de kindertjes ook allicht nog wel. Jannetje is zeker wel thuis of thuis geweest? Johanna van tante Lena, is die er ook bij tegenwoordig geweest? Daar horen wij ook niets meer van, alles is uit elkander gerukt hee. De groeten van Aag en daar moet ik u ook van condoleren en de groette voor ons doen aan Cris en vrouw en kindertjes. 
En wees jullie samen ook gegroet van mij die zich noemt tante Trijn. 

Als u Trijn Smidt ontmoet, doet ze ook de groette voor mij. 
Aag heeft het druk ’s morgens………. de weermacht op Oudorp die zal zo’n? ook moeten werken. Aagje moet 4 geiten kweken, zes kippen, 14 konijnen en zoo en toe nog eens naar ’t land. Die weet (ge) wat ze doen moet. En dan wonen wij in een afgekeurde melkfabriek; alles even onbehoude en groot. Maar tante zegt: laat ik toch maar niet klagen. Wij hebben toch nog een dak boven ons hoofd. Het zou gelukkig wezen als men onze arme ziel er eens “als een buit” uit moge dragen.

Leeft Cornelia den Boer ook nog?  Wil ze allen voor mij groeten. 
En kinderen mochten jullie allen nog eens bevoorrecht worden dat de Heere u uit de macht der duisternis wilde (ge) trekken? tot zijn wonderbaar licht. 
Dat is het grootste geluk dat ons geschonken kan worden.  Het zal altijd maar een grote gunst wezen, die dat te beurt moge vallen. 

Nu kinderen nogmaals, de hartelijke groeten van 

Tante Trijn.

Aagje is, denk ik, de jongste dochter van Trijntje; geb. 8 dec. 1899 en in 1926 te Rotterdam getrouwd met Job Non. Cris is waarschijnlijk Chris Slager geb. 1906, zoon van Pieternella Geertruida. Jannetje is waarschijnlijk Jannetje Slager geb 1901, later getrouwd met Adriaan de Oude. 
Johanna van tante Lena, dat kan mijn (oud) tante Jo zijn de dochter van Willem de Noorman en Lena Arnold. In de oorlog was ze in Vlissingen. 
Cornelia den Boer zou de vrouw kunnen zijn van C.W. den Boer. 
Hun dochter Pietje Otte van Beveren: 

Pietje van Beveren

Anna Pieternella (Pietje) van Beveren geboren op 25 december 1879 te Brouwershaven. Overleden te Rotterdam-Ijsselmonde. 
Op 25-jarige leeftijd getrouwd met Jan Otte 25 jr. Schipper binnen en buitengaats, Geboren 24 december te Bruinisse. Overleden 1953 te IJsselmonde. Jan had zelf niet de papieren om buitengaats te varen, zijn zoon Boelhouwer wel. 

Hier Jan Otte en Pietje van Beveren op het 40-jarige huwelijksfeest van mijn opa en oma Boelhouwer en Cornelia in 1944.

Hun kinderen: 

  • Johanna Otte (Jo) vroedvrouw geboren 23 1906 te Bruinisse, begraven te Rotterdam-Ijsselmonde. 
  • Boelhouwer Otte, schipper buitengaats,reder,marine medewerker geb.15 april 1908 te Bruinisse, overleden te Haaften in 2004. 
  • Wolphert Otte, schipper buitengaats, geb. 27 april 1909 te Dordrecht. 
  • Trijntje Otte, geb. te Utrecht, overleden te Dordrecht getrouwd met Luc de Vries. 
  • Willem Otte, stuurman buitengaats,douanier, geb te Rotterdam, overleden te Rotterdam-IJsselmonde. 

Er is een proces gevoerd in 1956 om de naamgeving van de zoon van Willem Otte. Hij wilde zijn zoon Boelhouwer noemen, maar de ambtenaar van de burgelijke stand wilde die naam eerst niet inschrijven. 

Gedoe over de voornaam Boelhouwer

Maarten van Beveren zoon van Boelhouwer en Pieternella

Maarten zet z’n hoogaars te koop (07-06-1884)

Maarten besloot naar de nieuwe wereld te vertrekken, zoals zijn broer Cornelis ook gedaan had. Hij verkocht zijn schip en zijn spullen om het over een andere boeg te gooien. In Amerika kwam hij terecht in de textielindustrie. Men zou zeggen dat had hier ook mogelijk geweest, maar blijkbaar speelden er nog andere motieven. Ook hun getrouwde kinderen gingen mee naar Amerika. 

De blazer staat te koop (28-02-1907)
Maarten verkoopt z’n inboedel

Deze foto is genomen voor de emigratie. Een boeiende foto want zo te zien zijn niet alle kinderen in staat hier vrolijk over te doen en dus hun moeder ook niet. Of is het andersom?

Deze foto laat zien dat de familie in Amerika een vruchtbare bodem heeft gevonden

Maarten vertrok op za 9 april 1907 om 12.30 met vrouw en 10 kinderen naar Passaic N.J. U.S.A. Ze reisden met het stoomschip Statendam van de Holland Amerika Lijn. 
Ze arriveerden 24 april 1907 in New York. 
Opmerking van de immigratiedienst; pockmarked, bestemming broer Cornelis, Summerstreet 244 Passaic N.J. Hij bezat 111 dollar. 
Later woonden ze in Clifton N.J. 

Cornelis van Beveren, zoon van Boelhouwer en Pieternella

Naar Amerika vertrokken. 

Cornelis van Beveren (Lurkus), varensgezel, visser, visverkoper, winkelier. aardappelkoopman, geboren op dinsdag 19 januari 1864 te Brouwershaven, overleden te Clifton, New Jersey, USA.Emigrant in 1906 te Brouwershaven naar de USA, Relatie op 22-jarige leeftijd op zaterdag 20 november 1886 te Brouwershaven met Martina Wilhelmina Bartels, 20 jaar oud Uit de 1e relatie: 

  1. Boelhouwer (Howard) van Beveren, geboren op vrijdag 21 oktober 1887 te Brouwershaven 
  2. Lambert van Beveren, geboren op woensdag 7 november 1888 te Brouwershaven 
  3. Willem van Beveren, geboren op vrijdag 11 oktober 1889 te Brouwershaven 
  4. Pieternella van Beveren, geboren op zondag 25 januari 1891 te Brouwershaven 
  5. Anna van Beveren, geboren op maandag 4 april 1892 te Brouwershaven). 
  6. Jacob van Beveren, geboren op vrijdag 11 mei 1894 te Brouwershaven 
  7. Cornelis Gerardus van Beveren, geboren op donderdag 4 juli 1895 te Brouwershaven. 
  8. Jacoba (Clara) van Beveren, geboren op woensdag 21 april 1897 te Brouwershaven. 
  9. Willem van Beveren, geboren op dinsdag 11 oktober 1898 te Brouwershaven. 
  10. Geertruij (Gertrud, Geertruida) van Beveren, geboren op dinsdag 24 april 1900 te Brouwershaven 
  11. Jannetje (Jenny) van Beveren, geboren op zaterdag 8 februari 1902 te Brouwershaven 
  12. kind van Cornelis van Beveren, geboren op donderdag 31 december 1903 te Brouwershaven. 
  13. Willem (Willi) van Beveren, geboren 1909 te Clifton, New Jersey, USA.

Johannes van Beveren, zoon van Boelhouwer en Pieternella

Jan (Johannes) van Beveren, douane beambte, kommies, geboren op maandag 13 maart 1865 te Brouwershaven, overleden op dinsdag 26 juni 1923 te Amsterdam op 58-jarige leeftijd, Relatie op 30-jarige leeftijd op woensdag 1 mei 1895 te Zuiddorpe met Pharilda Sophia (Pharaïldes, Pharaildes) van Steel, 23 jaar oud. 

Uit de 1e relatie: 

  1. Pieternella (Nel) van Beveren, geboren op maandag 30 september 1895 te Groesbeek 
  2. Pauline van Beveren, geboren op vrijdag 30 april 1897 te Oostburg 
  3. Jacoba Sophia (Co) van Beveren, geboren op donderdag 19 juli 1900 te Bruinisse 
  4. Maria Adriana (Marie) van Beveren, geboren op dinsdag 26 juli 1904 te Bruinisse 
  5. Boelhouwer (Boel) van Beveren, geboren op vrijdag 13 oktober 1905 te Rotterdam 
  6. Catalina Jannetje van Beveren, geboren op zaterdag 13 januari 1906 te Bruinisse. 
  7. Eduard Johannes (Edu) van Beveren, geboren op zondag 17 februari 1907 te Bruinisse. 
  8. Jannetje (Jannie) van Beveren, onderwijzeres, geboren te Rotterdam. Relatie aldaar met Pieter van den Broek.

Pieternella Geertruida dochter van Boelhouwer en Pieternella

Pieternella Geertruida van Beveren, (Gerepie?)winkelierster, modiste, geboren op maandag 23 april 1866 te Brouwershaven, overleden op zaterdag 28 november 1942 aldaar op 76-jarige leeftijd, Relatie op 34-jarige leeftijd op donderdag 28 februari 1901 te Brouwershaven met Gerrit Slager, 31 jaar oud. 

De twee jongste dochters van Boelhouwer Pieternella Geertruida en Adriana Neeltje kwamen in de winkel. Volgens een artikel in de Zierikzeesche Nieuwsbode op 12- en 14-jarige leeftijd. (Maar als dat na de dood van hun moeder was moeten ze 19 en 21 jaar geweest zijn.) 

Ze breidden het assortiment uit met manufacturen. Na het huwelijk van Pieternella werd de winkel uitgebreid met een bakkerij. 

Mijn vader schreef : Pieternella was zeer actief en had samen met haar jonger zuster een winkel waar behalve bakkerswaren, snoep, textiel, ellewaren en hoeden, van alles te koop was. 

Chris Slager en Pieternella Slager
De winkel in de Nieuwstraat in 1916

In de deuropening achteraan, Adriana van Beveren en haar oudere zus Pieternella Geertruida Slager- van Beveren. Vooraan de kinderen: Pieternella Slager, Jannetje Slager en Christoffel Slager. 

De kinderen zijn keurig gekleed. En de dames zijn niet in het zwart. Dat is bijzonder omdat in zo’n grote familie vaak aanleiding was om rouwkleding te dragen. 

De panden zijn in honderd jaar niet ingrijpend veranderd. 

De 80-jarige Pieternella Slager

Ik ontmoette Pieternella in de zomer van 2000. Ik werd (als wildvreemde) zeer hartelijk en gastvrij ontvangen met koffie en prachtige verhalen. Op hoge leeftijd had ze een heel helder verstand en een goed geheugen. 

In de kamer stond een fitnessapparaat en een beeldscherm. Ze vertelde dat ze alleen haar kippen weg had moeten doen. Toen het na een paar jaar minder goed ging, vond een instantie het beter dat ze naar een verzorgingshuis zou gaan. Maar Pieternella was vastbesloten om niet weg te gaan en ze deed de deur niet open. 

Via de brievenbus werd er geroepen: Vrouw Slager, we hebben een uusje voor je. Waarna ze terugriep: “gae maar wacht, want ik he al ’n uusje”. 

Overlijdensbericht van Pieternella Slager

Adriana Neeltje, dochter van Boelhouwer en Pieternella

Adriana Neeltje van Beveren, winkelierster, geboren op donderdag 15 oktober 1868 te Brouwershaven, overleden op zaterdag 15 april 1939 aldaar op 70-jarige leeftijd.
Had samen met haar zus het winkeltje in de Nieuwstraat (zie hierboven). 

De kinderen van Cornelis van Beveren, de zoon van Willem en Jacoba

  • 1. Willem van Beveren, geboren op dinsdag 30 maart 1869 te Brouwershaven, varensgezel, schipper, overleden op zondag 30 juli 1944 aldaar op 75-jarige leeftijd, Relatie op 34-jarige leeftijd op woensdag 19 augustus 1903 te Brouwershaven met Cornelia van Braband, 35 jaar oud geboren op dinsdag 20 augustus 1867 te Brouwershaven, overleden op maandag 5 juni 1939 aldaar op 71-jarige leeftijd, kind van Jacobus Willem van Braband en Grietje de Oude. 

Uit de 1e relatie: 4 kinderen. 

  1. Cornelis van Beveren geboren op vrijdag 26 oktober 1900 te Brouwershaven 
    Relatie op 30 jarige leeftijd 21 november 1930 te Brouw met Adriana Jannigje de Vos
    3 kinderen: Willem 17 juni 1945 13 jaar oud geworden
    Andries van Beveren
    Willy Andrea van Beveren
    2. Jacob Willem (Jacobus) van Beveren geboren 5 december 1904 te Brouwershaven 
    3. Jacob Willem (Jacobus) van Beveren geboren 8 oktober 1906 te Brouwershaven.
    4. Willem Cornelis van Beveren beurtschipper aardappelhandelaar geboren te Brouwershaven, overleden aldaar. Relatie met Lijntje Klaartje Inge de Bruine, geboren te Brouwershaven, overleden aldaar. 
  • 2. Frederik van Beveren, geboren op zondag 19 februari 1871 te Brouwershaven overleden op dinsdag 28 maart 1871 aldaar, 37 dagen oud. 
  • 3. Adriana Jacoba van Beveren, geboren op dinsdag 26 maart 1872 te Brouwershaven, overleden op maandag 23 maart 1942 aldaar op 69-jarige leeftijd. Relatie op 24-jarige leeftijd op zaterdag 24 oktober 1896 te Brouwershaven met Marinus Cornelis Braam
  • 4.Jacoba Marina van Beveren, geboren op woensdag 28 mei 1873 te Brouwershaven, overleden op vrijdag 17 augustus 1934 aldaar op 61-jarige leeftijd. Relatie (1) op 21-jarige leeftijd op woensdag 8 mei 1895 te Brouwershaven met Otte Vleeshouwer Relatie (2) op 44-jarige leeftijd op woensdag 12 december 1917 te Bruinisse met Mattheus Jumelet 

Uit de 1e relatie: 2 kinderen. 

  • 5. Frederika Suzanna van Beveren, geboren op donderdag 17 december 1874 te Brouwershaven Relatie op 27-jarige leeftijd op donderdag 12 juni 1902 te Brouwershaven met Cornelis Hoek
  • 6. Jan Willem van Beveren, geboren op dinsdag 15 februari 1876 te Brouwershaven varensgezel,schipper, overleden aldaar Relatie op 30-jarige leeftijd op donderdag 27 september 1906 te Elkerzee met Adriana Haze, 25 jaar oud. Uit de 1e relatie: 
    1. Cornelis van Beveren, geboren op zondag 26 mei 1907 te Brouwershaven, overleden aldaar, Relatie ca 1932 met Anna Cornelia van der Velde 
    2. Jacob Cornelis (Jacobus) van Beveren, schippersknecht, geboren te Brouwershaven, overleden op zondag 19 maart 1933 aldaar op 21-jarige leeftijd. 

Over de beurtschippers Willem en Jan Willem van Beveren zie hoofdstuk 8.2

De kinderen van Johannes (Jan) van Beveren, de zoon van Willem en Jacoba.

Jan (Johannes) van Beveren, varensgezel, schipper, visser, geboren op woensdag 4 april 1838 te Brouwershaven.
Relatie op 22-jarige leeftijd op donderdag 3 mei 1860 te Brouwershaven met Aagtje Geleijnse, 21 jaar oud. 

  1. Willem van Beveren, varensgezel, schipper, schrijver, geboren op vrijdag 15 juni 1860 te Brouwershaven Relatie op 21-jarige leeftijd op vrijdag 12 mei 1882 te Brouwershaven met Janna Hordijk (Houdijk), 20 jaar oud Kinderen:
    1. Jan (Johannes) van Beveren, geboren op dinsdag 19 september 1882 te Brouwershaven
    2. -Margaretha (Grietje ?) van Beveren, geboren op zondag 13 april 1884 te Brouwershaven
    3. Jan van Beveren, geboren op donderdag 21 januari 1886 te Brouwershaven
    4. Cornelis van Beveren, geboren op woensdag 30 november 1887 te Brouwershaven
    5. Aagtje (Aagje) van Beveren, geboren op donderdag 10 oktober 1889 te Brouwershaven
    6. Catharina (Kaatje) van Beveren, geboren op maandag 29 december 1890 te Brouwershaven
    7. Jacoba van Beveren, geboren op donderdag 10 november 1892 te Brouwershaven
    8. Willem van Beveren, geboren op dinsdag 13 december 1898 te Brouwershaven
    9. Anna van Beveren, geboren op maandag 6 februari 1899 te Brouwershaven
    10. Cornelis van Beveren, geboren op donderdag 27 oktober 1904 te Brouwershaven
  2. Cornelis van Beveren, varensgezel, schipper, geboren op vrijdag 30 augustus 1861 te Brouwershaven, overleden op dinsdag 25 mei 1937 aldaar op 75-jarige leeftijd Relatie op 20-jarige leeftijd op vrijdag 12 mei 1882 te Brouwershaven met Kaatje (Maatje) van der Sluis, 19 jaar oud (zie 531). 
    Kinderen uit de 1e relatie: 
    1. Aagtje van Beveren, geboren op dinsdag 19 september 1882 te Brouwershaven
    2. Arie van Beveren, geboren op zaterdag 13 oktober 1883 te Brouwershaven). 
    3. Adriana van Beveren, geboren op dinsdag 25 november 1884 te Brouwershaven 
    4. Johanna van Beveren, geboren op donderdag 13 juni 1889 te Brouwershaven
  3. Jacoba van Beveren, geboren op zaterdag 29 november 1862 te Brouwershaven, overleden op woensdag 9 juli 1930 aldaar op 67-jarige leeftijd, relatie op 23-jarige leeftijd op woensdag 25 augustus 1886 te Brouwershaven met Cornelis van der Sluis (van der Sluijs), 24 jaar oud 

Uit de 1e relatie: 6 kinderen. 

Foto van het gezin van Jacoba
  1. Aagtje van Beveren, geboren op donderdag 4 februari 1864 te Brouwershaven. Overleden op zaterdag 12 april 1958 te Gorinchem op 94-jarige leeftijd, 
    Relatie op 21-jarige leeftijd op vrijdag 8 mei 1885 te Brouwershaven met Johannes Constandse, 24 jaar oud 
    Uit de 1e relatie: 1 kind 
  2. Jan (Johannes) van Beveren, geboren op maandag 30 april 1866 te Brouwershaven, varensgezel, visser, overleden op woensdag 4 december 1935 te Noordgouwe op 69-jarige leeftijd Relatie op 20-jarige leeftijd op maandag 10 januari 1887 te Brouwershaven met Jannetje (Tannetje) Arnold 
    Uit de 1e relatie:
    1. Jan (Johannes) van Beveren, geboren op zaterdag 22 januari 1887 te Brouwershaven. 
    2. Dirk (Theodorus) van Beveren, geboren op dinsdag 27 maart 1888 te Brouwershaven. 
    3. Aagtje van Beveren, geboren op maandag 25 november 1889 te Brouwershaven. 
    4. Krijn van Beveren, geboren op zondag 22 maart 1891 te Brouwershaven. 
    5. Willem van Beveren, geboren op maandag 12 december 1892 te Brouwershaven. 
    6. Anna van Beveren, geboren op donderdag 25 april 1895 te Brouwershaven. 
    7. Krina van Beveren, geboren op zondag 28 augustus 1898 te Brouwershaven. 
    8. Jacoba van Beveren, geboren op zondag 16 september 1900 te Brouwershaven. 
    9. Neeltje van Beveren, geboren op donderdag 1 mei 1902 te Brouwershaven. 
    10. Trijntje van Beveren, geboren op donderdag 1 oktober 1903 te Brouwershaven. 
    11. Pieternella van Beveren, geboren op vrijdag 23 juni 1905 te Brouwershaven. 
    12. Cornelis van Beveren, geboren op zaterdag 15 augustus 1908 te Brouwershaven. 
    13. kind van Jan van Beveren. 
  3. Pieternella van Beveren, geboren op zaterdag 20 juni 1868 te Brouwershaven, overleden op zaterdag 25 juni 1938 te Bergen op Zoom op 70-jarige leeftijd. 
  4. Leendert van Beveren, trambeambte, tramwerkman, schipper, geboren op maandag 19 juli 1869 te Brouwershaven, overleden op zondag 18 maart 1956 aldaar op 86-jarige leeftijd, Relatie op 23-jarige leeftijd op zaterdag 22 oktober 1892 te Brouwershaven met Thona Kostense
    Uit de 1e relatie:
    1. Aagtje van Beveren, geboren op vrijdag 24 maart 1893 te Brouwershaven.
    2. Neeltje Pieternella van Beveren, geboren op dinsdag 5 november 1895 te Brouwershaven.
    3. Wilhelmina van Beveren, geboren op dinsdag 6 september 1898 te Brouwershaven
    4. Johanna Thona van Beveren, geboren op dinsdag 12 november 1901 te Brouwershaven.
    5. Pieternella Jacoba van Beveren, geboren op donderdag 12 maart 1903 te Brouwershaven.
    6. Jan (Johannes) van Beveren, geboren op woensdag 1 februari 1905 te Brouwershaven.
    7. Jacoba Cornelia van Beveren, geboren op maandag 24 december 1906 te Brouwershaven.
    8. Boelhouwer van Beveren, geboren op woensdag 9 november 1870 te Brouwershaven overleden op vrijdag 26 februari 1875 aldaar op 4-jarige leeftijd.
    9. Jan (Johannes) van Beveren, geboren op dinsdag 17 maart 1874 te Brouwershaven overleden op donderdag 19 maart 1874 aldaar, 2 dagen oud.
    10. Janna Cornelia van Beveren, geboren op vrijdag 24 december 1875 te Brouwershaven Relatie op 24-jarige leeftijd op woensdag 2 mei 1900 te Rotterdam met Abraham Nortier.